Franchois van Landschoot
Voogdijakte van 23 januari 1506, waarin Franchois, zoon van Jan Van Landschoot, samen met Ghijselbrecht Dijserincs optreedt als wettige voogd van Hanneken en Neijlken, kinderen van Jan, zoon van Jan Van Landschoot.
Korte inhoud
Op 23 januari 1506 brengen Ghijselbrecht, zoon van Jooris Dijserincs, en Franchois, zoon van Jan Van Landtschoot, als wettige voogden het goed over van Hanneken en Neijlken, kinderen van Jan, zoon van Jan Van Landschoot.
Erfenis van Margriete Van Landschoot
De kinderen hadden goederen verkregen door het overlijden van Margriete, dochter van Jan Van Landschoot. De akte noemt haar hun moei, dus hun tante.
Het erfdeel bestond in de eerste plaats uit een stuk land van ongeveer één gemet en dertig roeden, gelegen op een plaats die “ten Cattedoorne” werd genoemd.
Dit land lag in het ambacht van Maldegem, in de parochie van Adegem, tussen Hulendonck en Onderdijcke. In roerende goederen of catheilen werd volgens de akte niets overgebracht.
Erfenis van Ghevaert Lantschoot
Daarnaast vermeldt de akte ook het goed dat de kinderen hadden geërfd bij het overlijden van Ghevaert Lantschoot, die uitdrukkelijk hun oom wordt genoemd.
Dit tweede erfdeel bestond uit één gemet en tachtig roeden grond, verdeeld in twee percelen.
Het eerste perceel lag in de Oude Meers en omvatte elf lijnen en dertig roeden meers. Ten westen daarvan lag nog een half gemet bos, eveneens in dezelfde parochie.
Genealogisch belang
Deze akte is bijzonder waardevol omdat zij verschillende verwantschappen tegelijk vastlegt. Hanneken en Neijlken worden genoemd als kinderen van Jan, zoon van Jan Van Landschoot.
Hun tante was Margriete, dochter van Jan Van Landschoot, en hun oom was Ghevaert Lantschoot. Daardoor helpt deze korte inschrijving om een vroeg-zestiende-eeuws familienetwerk rond Jan Van Landschoot beter te reconstrueren.
Opvallend
Franchois wordt hier zelf aangeduid als filius Jans Van Landtschoot. Hij treedt dus niet alleen op als voogd, maar wordt ook duidelijk in de familie Van Landschoot geplaatst.
Scan
Bron: RAB, Heerlijkheden Sijsele en Oedelem & Praet, 23 januari 1506, register 213, folio 16v–17.
English
Español
Français