Margriete van Lanschot
- Staat in:
- Nazaten Gerard van Lanschot
Margriete van Lanschot werd geboren in 1576 te Antwerpen . Zij was de dochter van Cornelius van Lanschot en Margriete Geens.
Egidius Geraard van Lanschot
- Staat in:
- Nazaten Gerard van Lanschot
Egidius Geraard van Lanschot werd geboren in 1580 te Antwerpen . Hij was de zoon van Cornelius van Lanschot en Margriete Geens. Egidius Geraard van Lanschot overleed op donderdag, 26 januari 1640 te Kaprijke. Gillis (Egidius) van Lantschoot stierf als pastoor van Kaprijke in januari 1640. Hij werd afgelegd en gekist door Jan Cuelenbroeck. Lieven De Key, timmerman van beroep, maakte de doodkist. Hij gebruikte spiessen hout (dat is epicea) en hij bevestigde ringen aan de kist. Zij kostte drie pond groten. Lieven haalde ook tarwebrood voor de mensen die bij het lijk waakten. Hij deed dan 26 masteluinbroden bakken om die aan arme mensen te geven na de uitvaart. Die broden moeten zeer groot geweest zijn want ieder brood woog acht ponden, dat is dus bijna vier kilo. Zij kostten trQuwens 17 groot het stuk. Voor de uitvaart werden gewaden geleend te Watervliet. Elias Van den Baecke, klokluider en rafmaker, bestelde bij de wasmaker Adriaan Vermeire te Eeklo, 16 pond wit was. Hij luidde vier keren (vier pozen zegde men toen) tijdens de dagen dat de overledene nog boven de aarde lag en hij luidde ook tijdens de kerkdienst. Guillaume De Smedt, kerkbaljuw van Kaprijke, was de roedrager.
Matthijs Maeye leverde eten en drank voor de uitvaart en hij betaalde daarvoor 3 pond en 13 schelling. De buren werden ook getracteerd en dat kostte 1 pond en 3 schelling. De wethouders van Kaprijke en de deken van Aardenburg dronken voor vier schelling wijn. Gillis van Lantschoot werd niet te Kaprijke begraven. Zijn lijk werd door Elias Van den Baecke naar Brugge gevoerd. Antonius Cosijn, medepastoor van Gillis, mocht meerijden op de wagen en Jan Cuelenbrouck volgde te paard. Die reis nam drie dagen in beslag, gaan en keren. Gillis werd in de Augustijnenabdij te Brugge begraven. Hij was immers een Augustijnmonnik afkomstig uit de abdij van Zevenborren te St. Genesius-Rode. Op bevel van de griffier van Kaprijke reisde Niclaas De Mol naar daar om het overlijden aan de prior bekend te maken.
Het gebeurde wel meer dat een priester zonder erfgenamen stierf en het was dan de deken die zich met de nalatenschap moest bezighouden. In dit geval was dat Willem Van Houcke, pastoor te Watervliet en deken van de dekenij Aardenburg.
Die geestelijke werd geholpen door Jan Hooft, griffier van Kaprijke. Er moesten allerlei schulden betaald worden want Gillis was nogal nalatig geweest in dat opzicht. Maar eerst en vooral werd het geld geteld in de pastorij. Bij die belangrijke bezigheid werd de deken nog door andere mensen geholpen: de burgemeesters Lieven Weytsens en Gillis Blancqaert, de schepenen Jacques Schollaert, Jan De Deckere, Christiaan Van Hyfte en Jooris Van Heede. Griffier Jan Hooft schreef alles op: allerlei gouden en zilveren munten, in verschillende zakjes gestoken en in een koffer geborgen. De waarde van de gouden munten werd geschat op 76 pond 15 schelling 6 groot. Het zilveren geld werd geschat op 178 pond 19 schelling 6 groot. Pastoor van Lantschoot was dus niet arm. Al zijn geld moest, op bevel van bisschop N. de Haudion, naar Brugge gebracht worden door de deken. Gillis De Vos voerde hem en er gingen nog twee mannen mee om gebeurlijke dieven op afstand te houden.
Kort nadien werden de 20 goederen van de overleden pastoor openbaar geveild (Spijtig genoeg worden ze in het hier gebruikte document niet gespecifieerd). Burgemeesters, schepenen, deken en anderen verteerden toen 1 pond en 7 schelling ten huize van Pieter de Cupere. De schout Jan Goethals, die de verkoop en de kerkgeboden gedaan had, kreeg 6 schelling en 8 groot. Met de opbrengst van die meubelen trachtte men de schulden van Gillis te betalen. Zijn meid, Katelijne Robert was een oude kaducke vrouw die bijna niets gekregen had. Zij had wel gebruik mogen maken van een bed van de pastoor, van dekens, slaaplakens en van een spinnewiel. Zij had anderhalf jaar bij de pastoor ge diend en zij kreeg nu 4 pond 8 groot, dezelfde som die zij ook gekregen had toen zij bij de baljuw van Wondelgem gediend had. Die meid kon het geld goed gebruiken. Na de dood van de pastoor woonde zij gedurende 9 weken bij Matthijs Maeye en die eiste nu 1 pond 8 schelling en 8 groot van het sterfhuis voor dertig maaltijden die Katelijne bij hem gebruikt had en voor haar slaping. Matthijs Maeye had dan nog verschillen de keren bier en wijn geleverd aan de pastoor. In 1639 had hij zelfs een karteel wijn gekocht te Sluis. De pastoor was bij hem maar hij had geen geld genoeg op zak om dat te betalen. Het ledig vat moest nog aan Matthijs teruggegeven worden. Een tinnen bord en een boek die de pastoor van hem geleend had moesten ook nog teruggegeven orden.
De pastoor was een slechte betaler. In 1634 had hij zelfs een proces gevoerd tegen Matthijs Maeye in verband met een stuk wijn die hij bij Maeye gekocht had voor 13 patacon maar waarvoor hij afslag wilde omdat er zeven pinten te kort in waren. Gheeraert Bockstael, procureur ter vierschaarvan Kaprijke, verdedigde toen de pastoor en hij eiste nu ook zijn loon, zoals hij dat trouwens deed voor andere processen die hij voor de pastoor moest verdedigen. In 1633 was de pastoor zo in proces tegen Guillaume De Schepper voor de betaling van een karteel goede Franse wijn. In datzelfde jaar ging het tegen Antheunis De Mol, Matthijs Maeye en bovengenoemde De Schepper die zich verzetten tegen het huwelijk van Elisabeth De Mol met Joos Gautsem. De procureur verdedigde toen de pastoor die dat huwelijk steunde in het geestelijk hof.
Nog in 1633 betrok de pastoor Matthijs Maeye voor de vierschaar van Kaprijke omdat die weigerde een mis te betalen die de pastoor te zijner intentie had laten doen voor O.L. Vrouw van Stoepe. De pastoor beschouwde die mis als betaling van geleend geld en van gekochte wijn maar Maeye had daar een andere mening over. Tegen jonkheer Aernout Hauweel, Frans de Meulemeester en Hubrecht van Keleghem procedeerde Gillis van Lantschoot wegens betaling van tiendepacht. Tegen de weduwe van Jan Bruynsteen, ontvanger van de kerk, was dat wegens haar eis voor betaling van achterstallig loon van haar echtgenoot. Diezelfde weduwe had, in augus tus 1633, vier tonnen bier geleverd, grooten klein bier. In 1634 leverde zij nog een halve ton klein bier en zes en hald pond hoppe. In 1635 leverde zij nog eens hoppe en witte haver om te brouwen. De pastoor had dat allemaal nog niet betaald. Eind oktober 1639 kwam die zaak voor de wet en de pastoor tracteerde toen met 1 schelling Antwerps bier. Hij had dat ook nog niet betaald toen hij stierf. Tijdens al die proces sen dronken de wethouders voor 41 schelling bier in De Kroon, de herberg van het stadhuis te Kaprijke. Voor zijn werk in al die processen eiste procureur Bockstael van het sterfhuis 3 pond 6 schelling en 10 groot. Ook bij meester Hubrecht van Keleghem bleef Gillis van Lantschoot in het krijt staan. Dat moet een soort geestelijke geweest zijn die toen te Kaprijke verbleef en misschien als kapelaan dienst deed. In oktober 1637 werd Gillis van Lantschoot gedurende enkele maanden te Aardenburg vastgehouden door de protestanten. Dat was een verplicht verblijf dat de hervormden wel meer als revanche toepasten. Deken Van Houcke had zo omstreeks die tijd vast gezeten te Iizendijke en de paters van Zoetendale werden een tijdlang te Sluis opgehouden. Gillis maakte allerlei kosten tijdens dat verblijf in Aardenburg en meester Van Keleghem stond borg voor hem, dat wil zeggen dat hij die schuld betaalde. Dat waren dan zes pond voor een jaar huishuur, vier pond voor lakens, één pond 10 schelling voor specerijen, 8 schelling voor een tonneken beschuit, 1 pond 8 schelling voor boter en dan nog geld voor andere zaken, in totaal 14 pond. De pastoor had 2 pond 10 schelling betaald, de rest was door Keleghem gegeven. Hij moest nog 4 pond betalen aan de pastoor voor pacht van een huis dat aan de kerk toebehoorde en dus moest hij 7 pond 10 schelling krijgen van Gillis. Keleghem mocht daar achter wachten tot in 1640, dus tot na de dood van de pastoor.
De kerkbaljuw, Guilliame De Smedt had toen ook het een en het ander gekocht voor de gevangen pastoor: een paar schoenen van 5 schelling bij het begin van de intemerin een paar schoenen van 6 schelling toen de pastoor terug thuis kwam, 4 gebuilde tarwebroden van 3 stuiver 't stuk (dat was gelijk aan 6 groot) en twee keer twee pond aberdaan (dat is kabeljauw) die hij te Eeklo gekocht had tegen 4 groot het pond. Later had de kerkbaljuw nog schoenen gekocht voor de pastooren er zelf ook hersteld. De pastoor had wel het een en het ander voldaan maar er bleven nog 14 schelling te betalen door het sterfhuis.
Antonius Piers had ook vis geleverd te Aardenburg, botten (heilbot) en platen. Hij moest nog 5 schelling krijgen van het sterfhuis. De pastoor had dokter Duerman uit Sluis naar Aardenburg doen komen maar hij had die ook niet betaald. Het sterfl moest nu twee pond betalen voor vier bezoeken. Het moest ook ongeveer twee pond betalen aan apotheker Jacques de Genez uit Gent voor twee onsen Duitse siroop voor de borst, 5 onsen mannatabletten om te purgeren, een pot zalf met allerlei ingrediënten, callissedrop en nog eens drie onsen borstsiroop. Dat was allemaal geleverd aan de pastoor toen die ziek was in april 1639.
Christoffel Verschueren leverde een koppel patrijzen voor 20 schelling maar hij was tevreden met de helft van die som omdat hij wat garen gekregen had van de pastoor. Later bezorgde hij die nog een koppel patrijzen en omdat zij veel kleiner waren was hij tevreden met 4 schelling. Voor drie koppels kwartels vroeg hij 5 schelling. De pastoor had hem ook niet betaald, het sterfhuis zou dat nu doen. Christoffel had ook de tuin van de pastoor gespit en hij had allerlei reizen voor hem gedaan. Hij liet het over aan het sterfhuis om hem hiervoor te vergoeden. Mailjaert De Cock deed ook het een en het ander: de pastorij kuisen, een vaatje wijn halen te Aardenburg, een koppel vogels leveren voor 5 schelling, een kluts peren voor 2 schelling, alles samen 12 schelling. De pastoor had hem ook betaald met steekgaren maar De Cock gaf dat garen terug aan het sterfhuis, hij kreeg liever geld. Jacques Van Hecke had een paar keren bier gebrouwen voor de pastoor. Hij deed dat in de brouwerij van Joos Mortier. Hij werkte daar gedurende vier dagen en hij vroeg 12 schelling. De gist en de specerijen die hij voor 3 schelling gekocht had bij de pas teibakker Jacques Spruyt, waren in die som begrepen. Hij kocht een vaatje wijn voor de pastoor bij Jan Potteldoorn (8 schelling 9 gr.) en dan nog eens twee flessen wijn en een pot brandewijn (6 sch. 2 gr.) Dat bleef onbetaald evenals 5 pond kaarsen tegen 12 groot het pond.
Te Aardenburg had hij drie vaatjes wijn gekocht en die waren door de pastoor betaald. Flet vervoer (2 sch. 2 gr.) en de licentie (5 sch. 9 gr.) waren door Van Hecke betaald. Jacques De Mey bracht mout naar de Westmolen en hij haalde die 's anderendaags terug (twee sch.) Voor het vervoer van die mout naar de brouwerij van Joos Mortier vroeg hij één schelling. Voor twee sch. bracht hij een voer hout, getrokken door twee paarden, naar de brouwerij. Hij reed dan nog eens met de pastoor naar Brugge voor 7 sch. De helft van die som was kontant betaald. Jacques 1 ook eens 50 grote appels en de pastoor beloofde 1 stuiver per appel te betalen. Bij de mulder Aemout de Notere stond de pastoor in het krijt voor malen van graan (2 sch.) en. leveren van twee steen tarwemeel. Comelis De. Doncker had Gillis van Lantschoot ook eens helpen brouwen bij Jacques Mortier en hij vroeg daar 3 sch. 4 gr. voor. De grafmaker en klokluider Elias van den Baecke had dat ook eens gedaan en hij vroeg 6 schelling.
Pasteibakker Jacques Spruyte slachtte een lam voor de pastoor. Hij leverde vlees en maakte vispastei, alles voor 4 schelling. Toen Gillis van Lantschoot te Aardenburg gevangen zat stuurde hij Gheraerd Hutse bout, officier van Maldegem, naar Brugge waar hij bij baljuw Pycke geld moest vragen dat aan de pastorij van Kaprijke toebehoorde en dat daar in bewaring gegeven was. Baljuw Pycke zond de officier naar Eeklo waar zijn huisvrouw dat geld gaf. Hutsebout trok daarmee naar Aardenburg en hij had ook een brief bij die le vrouw van Pycke had meegegeven voor de pastoor. Dat alles nam drie dagen in beslag en dat kostte hem 3 sch. 8 gr. per dag.
Griffier Jan Hooft betaalde al die schulden met geld dat de verkoop van het huisraad had opgebracht. Hij had daarvoor de toestemming gekregen van de deken. Burgemees ter Weytsens was aanwezig bij de betaling die in maart 1640 plaats had. Hooft betaalde ook nog wat herstellingen aan de priesterage, dus de pastorij, waar Antonius Cosijn nu zou gaan wonen. Een nieuwe pastoor, Cornelis Courtois zou een ander pastoreel huis betrekken, in de Weststraat rechtover de kerk. Dat pastoreel huis was nog met stro gedekt. Meester Hubrecht van Keleghem had daar, in 1639, 216 glijen stro doen op verdekken en hij moest daar nog twee pond groten voor krijgen. Hij woonde daar toen wellicht tijdelijk bij Cosijn die dikwijls ruzie maakte met Gillis van Lantschoot. Vooral in 1635 was dat erg geweest. Van Lantschoot was pastoor van de tweede portie, zoals men dat toen noemde en Cosijn was pastoor van de eerste portie. De ruzie stond in verband met het toedienen van sacramenten en innen van de inkomsten van de kerk, onder andere van een fondatie van dertig missen.1,2 Hij werd begraven op 31 januari 1640 te Abdij van den Eekhoute, Brugge.3
Matthijs Maeye leverde eten en drank voor de uitvaart en hij betaalde daarvoor 3 pond en 13 schelling. De buren werden ook getracteerd en dat kostte 1 pond en 3 schelling. De wethouders van Kaprijke en de deken van Aardenburg dronken voor vier schelling wijn. Gillis van Lantschoot werd niet te Kaprijke begraven. Zijn lijk werd door Elias Van den Baecke naar Brugge gevoerd. Antonius Cosijn, medepastoor van Gillis, mocht meerijden op de wagen en Jan Cuelenbrouck volgde te paard. Die reis nam drie dagen in beslag, gaan en keren. Gillis werd in de Augustijnenabdij te Brugge begraven. Hij was immers een Augustijnmonnik afkomstig uit de abdij van Zevenborren te St. Genesius-Rode. Op bevel van de griffier van Kaprijke reisde Niclaas De Mol naar daar om het overlijden aan de prior bekend te maken.
Het gebeurde wel meer dat een priester zonder erfgenamen stierf en het was dan de deken die zich met de nalatenschap moest bezighouden. In dit geval was dat Willem Van Houcke, pastoor te Watervliet en deken van de dekenij Aardenburg.
Die geestelijke werd geholpen door Jan Hooft, griffier van Kaprijke. Er moesten allerlei schulden betaald worden want Gillis was nogal nalatig geweest in dat opzicht. Maar eerst en vooral werd het geld geteld in de pastorij. Bij die belangrijke bezigheid werd de deken nog door andere mensen geholpen: de burgemeesters Lieven Weytsens en Gillis Blancqaert, de schepenen Jacques Schollaert, Jan De Deckere, Christiaan Van Hyfte en Jooris Van Heede. Griffier Jan Hooft schreef alles op: allerlei gouden en zilveren munten, in verschillende zakjes gestoken en in een koffer geborgen. De waarde van de gouden munten werd geschat op 76 pond 15 schelling 6 groot. Het zilveren geld werd geschat op 178 pond 19 schelling 6 groot. Pastoor van Lantschoot was dus niet arm. Al zijn geld moest, op bevel van bisschop N. de Haudion, naar Brugge gebracht worden door de deken. Gillis De Vos voerde hem en er gingen nog twee mannen mee om gebeurlijke dieven op afstand te houden.
Kort nadien werden de 20 goederen van de overleden pastoor openbaar geveild (Spijtig genoeg worden ze in het hier gebruikte document niet gespecifieerd). Burgemeesters, schepenen, deken en anderen verteerden toen 1 pond en 7 schelling ten huize van Pieter de Cupere. De schout Jan Goethals, die de verkoop en de kerkgeboden gedaan had, kreeg 6 schelling en 8 groot. Met de opbrengst van die meubelen trachtte men de schulden van Gillis te betalen. Zijn meid, Katelijne Robert was een oude kaducke vrouw die bijna niets gekregen had. Zij had wel gebruik mogen maken van een bed van de pastoor, van dekens, slaaplakens en van een spinnewiel. Zij had anderhalf jaar bij de pastoor ge diend en zij kreeg nu 4 pond 8 groot, dezelfde som die zij ook gekregen had toen zij bij de baljuw van Wondelgem gediend had. Die meid kon het geld goed gebruiken. Na de dood van de pastoor woonde zij gedurende 9 weken bij Matthijs Maeye en die eiste nu 1 pond 8 schelling en 8 groot van het sterfhuis voor dertig maaltijden die Katelijne bij hem gebruikt had en voor haar slaping. Matthijs Maeye had dan nog verschillen de keren bier en wijn geleverd aan de pastoor. In 1639 had hij zelfs een karteel wijn gekocht te Sluis. De pastoor was bij hem maar hij had geen geld genoeg op zak om dat te betalen. Het ledig vat moest nog aan Matthijs teruggegeven worden. Een tinnen bord en een boek die de pastoor van hem geleend had moesten ook nog teruggegeven orden.
De pastoor was een slechte betaler. In 1634 had hij zelfs een proces gevoerd tegen Matthijs Maeye in verband met een stuk wijn die hij bij Maeye gekocht had voor 13 patacon maar waarvoor hij afslag wilde omdat er zeven pinten te kort in waren. Gheeraert Bockstael, procureur ter vierschaarvan Kaprijke, verdedigde toen de pastoor en hij eiste nu ook zijn loon, zoals hij dat trouwens deed voor andere processen die hij voor de pastoor moest verdedigen. In 1633 was de pastoor zo in proces tegen Guillaume De Schepper voor de betaling van een karteel goede Franse wijn. In datzelfde jaar ging het tegen Antheunis De Mol, Matthijs Maeye en bovengenoemde De Schepper die zich verzetten tegen het huwelijk van Elisabeth De Mol met Joos Gautsem. De procureur verdedigde toen de pastoor die dat huwelijk steunde in het geestelijk hof.
Nog in 1633 betrok de pastoor Matthijs Maeye voor de vierschaar van Kaprijke omdat die weigerde een mis te betalen die de pastoor te zijner intentie had laten doen voor O.L. Vrouw van Stoepe. De pastoor beschouwde die mis als betaling van geleend geld en van gekochte wijn maar Maeye had daar een andere mening over. Tegen jonkheer Aernout Hauweel, Frans de Meulemeester en Hubrecht van Keleghem procedeerde Gillis van Lantschoot wegens betaling van tiendepacht. Tegen de weduwe van Jan Bruynsteen, ontvanger van de kerk, was dat wegens haar eis voor betaling van achterstallig loon van haar echtgenoot. Diezelfde weduwe had, in augus tus 1633, vier tonnen bier geleverd, grooten klein bier. In 1634 leverde zij nog een halve ton klein bier en zes en hald pond hoppe. In 1635 leverde zij nog eens hoppe en witte haver om te brouwen. De pastoor had dat allemaal nog niet betaald. Eind oktober 1639 kwam die zaak voor de wet en de pastoor tracteerde toen met 1 schelling Antwerps bier. Hij had dat ook nog niet betaald toen hij stierf. Tijdens al die proces sen dronken de wethouders voor 41 schelling bier in De Kroon, de herberg van het stadhuis te Kaprijke. Voor zijn werk in al die processen eiste procureur Bockstael van het sterfhuis 3 pond 6 schelling en 10 groot. Ook bij meester Hubrecht van Keleghem bleef Gillis van Lantschoot in het krijt staan. Dat moet een soort geestelijke geweest zijn die toen te Kaprijke verbleef en misschien als kapelaan dienst deed. In oktober 1637 werd Gillis van Lantschoot gedurende enkele maanden te Aardenburg vastgehouden door de protestanten. Dat was een verplicht verblijf dat de hervormden wel meer als revanche toepasten. Deken Van Houcke had zo omstreeks die tijd vast gezeten te Iizendijke en de paters van Zoetendale werden een tijdlang te Sluis opgehouden. Gillis maakte allerlei kosten tijdens dat verblijf in Aardenburg en meester Van Keleghem stond borg voor hem, dat wil zeggen dat hij die schuld betaalde. Dat waren dan zes pond voor een jaar huishuur, vier pond voor lakens, één pond 10 schelling voor specerijen, 8 schelling voor een tonneken beschuit, 1 pond 8 schelling voor boter en dan nog geld voor andere zaken, in totaal 14 pond. De pastoor had 2 pond 10 schelling betaald, de rest was door Keleghem gegeven. Hij moest nog 4 pond betalen aan de pastoor voor pacht van een huis dat aan de kerk toebehoorde en dus moest hij 7 pond 10 schelling krijgen van Gillis. Keleghem mocht daar achter wachten tot in 1640, dus tot na de dood van de pastoor.
De kerkbaljuw, Guilliame De Smedt had toen ook het een en het ander gekocht voor de gevangen pastoor: een paar schoenen van 5 schelling bij het begin van de intemerin een paar schoenen van 6 schelling toen de pastoor terug thuis kwam, 4 gebuilde tarwebroden van 3 stuiver 't stuk (dat was gelijk aan 6 groot) en twee keer twee pond aberdaan (dat is kabeljauw) die hij te Eeklo gekocht had tegen 4 groot het pond. Later had de kerkbaljuw nog schoenen gekocht voor de pastooren er zelf ook hersteld. De pastoor had wel het een en het ander voldaan maar er bleven nog 14 schelling te betalen door het sterfhuis.
Antonius Piers had ook vis geleverd te Aardenburg, botten (heilbot) en platen. Hij moest nog 5 schelling krijgen van het sterfhuis. De pastoor had dokter Duerman uit Sluis naar Aardenburg doen komen maar hij had die ook niet betaald. Het sterfl moest nu twee pond betalen voor vier bezoeken. Het moest ook ongeveer twee pond betalen aan apotheker Jacques de Genez uit Gent voor twee onsen Duitse siroop voor de borst, 5 onsen mannatabletten om te purgeren, een pot zalf met allerlei ingrediënten, callissedrop en nog eens drie onsen borstsiroop. Dat was allemaal geleverd aan de pastoor toen die ziek was in april 1639.
Christoffel Verschueren leverde een koppel patrijzen voor 20 schelling maar hij was tevreden met de helft van die som omdat hij wat garen gekregen had van de pastoor. Later bezorgde hij die nog een koppel patrijzen en omdat zij veel kleiner waren was hij tevreden met 4 schelling. Voor drie koppels kwartels vroeg hij 5 schelling. De pastoor had hem ook niet betaald, het sterfhuis zou dat nu doen. Christoffel had ook de tuin van de pastoor gespit en hij had allerlei reizen voor hem gedaan. Hij liet het over aan het sterfhuis om hem hiervoor te vergoeden. Mailjaert De Cock deed ook het een en het ander: de pastorij kuisen, een vaatje wijn halen te Aardenburg, een koppel vogels leveren voor 5 schelling, een kluts peren voor 2 schelling, alles samen 12 schelling. De pastoor had hem ook betaald met steekgaren maar De Cock gaf dat garen terug aan het sterfhuis, hij kreeg liever geld. Jacques Van Hecke had een paar keren bier gebrouwen voor de pastoor. Hij deed dat in de brouwerij van Joos Mortier. Hij werkte daar gedurende vier dagen en hij vroeg 12 schelling. De gist en de specerijen die hij voor 3 schelling gekocht had bij de pas teibakker Jacques Spruyt, waren in die som begrepen. Hij kocht een vaatje wijn voor de pastoor bij Jan Potteldoorn (8 schelling 9 gr.) en dan nog eens twee flessen wijn en een pot brandewijn (6 sch. 2 gr.) Dat bleef onbetaald evenals 5 pond kaarsen tegen 12 groot het pond.
Te Aardenburg had hij drie vaatjes wijn gekocht en die waren door de pastoor betaald. Flet vervoer (2 sch. 2 gr.) en de licentie (5 sch. 9 gr.) waren door Van Hecke betaald. Jacques De Mey bracht mout naar de Westmolen en hij haalde die 's anderendaags terug (twee sch.) Voor het vervoer van die mout naar de brouwerij van Joos Mortier vroeg hij één schelling. Voor twee sch. bracht hij een voer hout, getrokken door twee paarden, naar de brouwerij. Hij reed dan nog eens met de pastoor naar Brugge voor 7 sch. De helft van die som was kontant betaald. Jacques 1 ook eens 50 grote appels en de pastoor beloofde 1 stuiver per appel te betalen. Bij de mulder Aemout de Notere stond de pastoor in het krijt voor malen van graan (2 sch.) en. leveren van twee steen tarwemeel. Comelis De. Doncker had Gillis van Lantschoot ook eens helpen brouwen bij Jacques Mortier en hij vroeg daar 3 sch. 4 gr. voor. De grafmaker en klokluider Elias van den Baecke had dat ook eens gedaan en hij vroeg 6 schelling.
Pasteibakker Jacques Spruyte slachtte een lam voor de pastoor. Hij leverde vlees en maakte vispastei, alles voor 4 schelling. Toen Gillis van Lantschoot te Aardenburg gevangen zat stuurde hij Gheraerd Hutse bout, officier van Maldegem, naar Brugge waar hij bij baljuw Pycke geld moest vragen dat aan de pastorij van Kaprijke toebehoorde en dat daar in bewaring gegeven was. Baljuw Pycke zond de officier naar Eeklo waar zijn huisvrouw dat geld gaf. Hutsebout trok daarmee naar Aardenburg en hij had ook een brief bij die le vrouw van Pycke had meegegeven voor de pastoor. Dat alles nam drie dagen in beslag en dat kostte hem 3 sch. 8 gr. per dag.
Griffier Jan Hooft betaalde al die schulden met geld dat de verkoop van het huisraad had opgebracht. Hij had daarvoor de toestemming gekregen van de deken. Burgemees ter Weytsens was aanwezig bij de betaling die in maart 1640 plaats had. Hooft betaalde ook nog wat herstellingen aan de priesterage, dus de pastorij, waar Antonius Cosijn nu zou gaan wonen. Een nieuwe pastoor, Cornelis Courtois zou een ander pastoreel huis betrekken, in de Weststraat rechtover de kerk. Dat pastoreel huis was nog met stro gedekt. Meester Hubrecht van Keleghem had daar, in 1639, 216 glijen stro doen op verdekken en hij moest daar nog twee pond groten voor krijgen. Hij woonde daar toen wellicht tijdelijk bij Cosijn die dikwijls ruzie maakte met Gillis van Lantschoot. Vooral in 1635 was dat erg geweest. Van Lantschoot was pastoor van de tweede portie, zoals men dat toen noemde en Cosijn was pastoor van de eerste portie. De ruzie stond in verband met het toedienen van sacramenten en innen van de inkomsten van de kerk, onder andere van een fondatie van dertig missen.1,2 Hij werd begraven op 31 januari 1640 te Abdij van den Eekhoute, Brugge.3
Lydia van Beveren
Lydia van Beveren werd geboren in 1557 te Dordrecht . Zij was de dochter van Michiel van Beveren en Adriana Jacobsdr. Oem. Lydia van Beveren overleed in 1599 te Dordrecht.
Kinderen van Lydia van Beveren
- Maria van Oudshoorn , vrouwe van Wulven en Crayenstein+ °. 15 Nov 1579, +. 10 Aug 1664
- Deliana van Oudshoorn , van Wulven en Crayenstein+ °. c 1585, +. v 1647
Alexander l'Empereur van opwijck
Kind van Alexander l'Empereur van opwijck
- Constantia Johanna l'Empereur van Opwijck+ °. 20 Apr 1638, +. 18 Nov 1672
Adriana van Egmond van der Nijenburch
Adriana van Egmond van der Nijenburch is de dochter van Nicolaas van Egmond van der Nijenburch en Wilhelmina van Assendelft.
Kind van Adriana van Egmond van der Nijenburch en Alexander l'Empereur van opwijck
- Constantia Johanna l'Empereur van Opwijck+ °. 20 Apr 1638, +. 18 Nov 1672
Emerentia van Vesanevelt
Emerentia van Vesanevelt werd geboren op vrijdag, 20 juli 1674 te Leiden . Zij was de dochter van Meester Johan van Vesanevelt en Agneta van Peenen. Emerentia van Vesanevelt huwde Johan Alexander van Lanschot, zoon van Meester Wouter van Lanschot en Constantia Johanna l'Empereur van Opwijck, op 20 oktober 1692 te Nierop, Leiden. Getuigen bruidegom: Wouter van Lanschot - Getuigen bruid: Agneta van Peenen moeder Hooygraft - Beroep getuige Raad & rekenmr domein. Holl & West Vriesland, wnd. Den Haag. Voorvoegsel bruidegom en zijn getuige: Mr.1 Emerentia van Vesanevelt overleed op maandag, 12 maart 1708 te Leiden in de ouderdom van 33.
Kinderen van Emerentia van Vesanevelt en Johan Alexander van Lanschot
- Johan van Lanschot+ °. 12 Dec 1693, +. 16 Maa 1759
- Wilhelmina Justina van Lanschot °. 23 Mei 1697, +. 9 Okt 1734
Bronvermelding(en)
- [S6] Digitale Stamboom LEIDEN, online http://www.leidenarchief.nl/
Johan van Lanschot
- Staat in:
- Nazaten Gerard van Lanschot
Kinderen van Johan van Lanschot en Francoise Margareta Meerman
- Agneta Emerentia van Lanschot+ °. 2 Feb 1722, +. 26 Dec 1748
- Agatha Lydia van Lanschot+ °. 17 Nov 1723, +. 13 Nov 1807
- Johan Alexander van Lanschot °. 16 Jan 1728, +. 8 Jan 1771
Bronvermelding(en)
- [S6] Digitale Stamboom LEIDEN, online http://www.leidenarchief.nl/
Francoise Margareta Meerman
Kinderen van Francoise Margareta Meerman en Johan van Lanschot
- Agneta Emerentia van Lanschot+ °. 2 Feb 1722, +. 26 Dec 1748
- Agatha Lydia van Lanschot+ °. 17 Nov 1723, +. 13 Nov 1807
- Johan Alexander van Lanschot °. 16 Jan 1728, +. 8 Jan 1771
Bronvermelding(en)
- [S6] Digitale Stamboom LEIDEN, online http://www.leidenarchief.nl/
Johan Alexander van Lanschot
- Staat in:
- Nazaten Gerard van Lanschot
Agatha Lydia van Lanschot
- Staat in:
- Nazaten Gerard van Lanschot
Kinderen van Agatha Lydia van Lanschot en Jan Hubrecht
- Françoise Johanna Agneta Hubrecht °. 27 Maa 1744, +. v 1790
- Maria Lydia Hubrecht °. 14 Maa 1745, +. 1749
- Josias Johan Hubrecht+ °. 20 Apr 1746, +. 12 Jan 1807
- Joost Philip Hubrecht °. 14 Nov 1751
- Johanna Françoise Agatha Hubrecht °. 7 Apr 1753, +. 22 Maa 1819
Bronvermelding(en)
- [S198] Genealogie van het geslacht Hubrecht, online https://www.delpher.nl/nl/boeken1/gview
Jan Hubrecht
- Staat in:
- Nazaten Gerard van Lanschot
Jan Hubrecht werd geboren op zondag, 7 augustus 1718 te Leiden . Hij was de zoon van Josias Hubrecht en Maria van Lanschot. Jan Hubrecht huwde Agatha Lydia van Lanschot, dochter van Johan van Lanschot en Francoise Margareta Meerman, op 28 mei 1743 te Leiden. Jan Hubrecht en Agatha van Lanschot zijn de stamouders van het geslacht "van LANSCHOT HUBRECHT" die begint bij hun kleinkinderen Johan Alexander en na zijn overlijden via zijn broer Christianus Wynandus van Lanschot Hubrecht.1 Jan Hubrecht overleed op zaterdag, 5 april 1794 te Leiden in de ouderdom van 75.
Kinderen van Jan Hubrecht en Agatha Lydia van Lanschot
- Françoise Johanna Agneta Hubrecht °. 27 Maa 1744, +. v 1790
- Maria Lydia Hubrecht °. 14 Maa 1745, +. 1749
- Josias Johan Hubrecht+ °. 20 Apr 1746, +. 12 Jan 1807
- Joost Philip Hubrecht °. 14 Nov 1751
- Johanna Françoise Agatha Hubrecht °. 7 Apr 1753, +. 22 Maa 1819
Bronvermelding(en)
- [S198] Genealogie van het geslacht Hubrecht, online https://www.delpher.nl/nl/boeken1/gview
Josias Johan Hubrecht
Josias Johan Hubrecht werd geboren op woensdag, 20 april 1746 te Leiden . Hij was de zoon van Jan Hubrecht en Agatha Lydia van Lanschot. Josias Johan Hubrecht werd gedoopt op 22 april 1746 te Pieterskerk, Leiden. Vader Heer en Mr. capitain der Schutterij dezer stede, moeder Vrouwe, get. Mevr. Theodora wed. van Hr. en Mr. Theodorus Nobel, mr. Johan van der Mark Raad en Oud burgemeester thans hoovdofficier dezer stede.1 Hij huwde Anna Maria van Valkenburg op 12 juni 1770 te Haarlem. Josias Johan Hubrecht overleed op maandag, 12 januari 1807 te Leiden in de ouderdom van 60.
Kinderen van Josias Johan Hubrecht en Anna Maria van Valkenburg
- Johan Alexander van Lanschot Hubrecht °. 7 Jul 1771, +. 14 Feb 1794
- Zoon levenloos °. 7 Jul 1771, +. 7 Jul 1771
- Constantijn Dammas Hubrecht °. 7 Jul 1771, +. 12 Jul 1771
- Agatha Lydia Hubrecht °. 6 Mei 1773
- Mattheus Constantijn Hubrecht °. 4 Apr 1775
- Christianus Wynandus van Lanschot Hubrecht+ °. 17 Jan 1777
- Paul François Hubrecht+ °. 11 Maa 1778, +. 11 Maa 1846
- Johan Paul Hubrecht °. 11 Maa 1778, +. 10 Nov 1779
- Cornelia Agneta Hubrecht °. 2 Jun 1779, +. 8 Jan 1839
- Catharina Geertruyd Hubrecht °. 8 Jun 1780, +. 12 Jul 1821
- Antonia Maurice Hubrecht °. 16 Apr 1783, +. 7 Nov 1852
- Maria Antonia Hubrecht+ °. 16 Apr 1783
Bronvermelding(en)
- [S6] Digitale Stamboom LEIDEN, online http://www.leidenarchief.nl/
Anna Maria van Valkenburg
Anna Maria van Valkenburg werd geboren op woensdag, 9 april 1749 te Haarlem . Zij huwde Josias Johan Hubrecht, zoon van Jan Hubrecht en Agatha Lydia van Lanschot, op 12 juni 1770 te Haarlem. Anna Maria van Valkenburg overleed op zaterdag, 26 maart 1796 te Haarlem in de ouderdom van 46.
Kinderen van Anna Maria van Valkenburg en Josias Johan Hubrecht
- Johan Alexander van Lanschot Hubrecht °. 7 Jul 1771, +. 14 Feb 1794
- Zoon levenloos °. 7 Jul 1771, +. 7 Jul 1771
- Constantijn Dammas Hubrecht °. 7 Jul 1771, +. 12 Jul 1771
- Agatha Lydia Hubrecht °. 6 Mei 1773
- Mattheus Constantijn Hubrecht °. 4 Apr 1775
- Christianus Wynandus van Lanschot Hubrecht+ °. 17 Jan 1777
- Paul François Hubrecht+ °. 11 Maa 1778, +. 11 Maa 1846
- Johan Paul Hubrecht °. 11 Maa 1778, +. 10 Nov 1779
- Cornelia Agneta Hubrecht °. 2 Jun 1779, +. 8 Jan 1839
- Catharina Geertruyd Hubrecht °. 8 Jun 1780, +. 12 Jul 1821
- Antonia Maurice Hubrecht °. 16 Apr 1783, +. 7 Nov 1852
- Maria Antonia Hubrecht+ °. 16 Apr 1783
Johan Alexander van Lanschot Hubrecht
- Staat in:
- Nazaten Gerard van Lanschot
Johan Alexander van Lanschot Hubrecht werd geboren op zondag, 7 juli 1771 te Leiden . Hij was de zoon van Josias Johan Hubrecht en Anna Maria van Valkenburg. Johan Alexander van Lanschot Hubrecht werd gedoopt op 11 juli 1771 te Pieterskerk, Leiden. Tweeling (was drieling) met Johan Alexander en Constatijn, doopgetuigen waren Françoise Douarière van wijlen de heer Johan van Lanschot in leven Raed en Burgemeester der Stad Leiden meesterknaep van Holland en Vrouwe Catharina Douarière van wijlen de Heer Constantijn Le Leu de Wilhem, Heer van Drongelen, in leven Raed en Schepen der Stad Haarlem, Hoogheemraed van Rhijnland, Vrouwe Magdalena Douarière van wijlen den Heer Dammas Guldewaagen, in leven Raed en Burgemeester der Stad Haarlem, Bailliuw van Brederoode.1
Hij overleed op vrijdag, 14 februari 1794 te Leiden in de ouderdom van 22.
Bronvermelding(en)
- [S108] Archief Leiden, online http://www.leidenarchief.nl/
Christianus Wynandus van Lanschot Hubrecht
- Staat in:
- Nazaten Gerard van Lanschot
Christianus Wynandus van Lanschot Hubrecht werd geboren op vrijdag, 17 januari 1777 te Leiden . Hij was de zoon van Josias Johan Hubrecht en Anna Maria van Valkenburg. Christianus Wynandus van Lanschot Hubrecht huwde Jonkvrouw Maria Susanna Hoeufft op 2 augustus 1801 te Haarlem.
Kinderen van Christianus Wynandus van Lanschot Hubrecht en Jonkvrouw Maria Susanna Hoeufft
- Johan Alexander van Lanschot Hubrecht+ °. 27 Mei 1802, +. 29 Jan 1851
- Leonora Idalina Suzanna Rosina Hubrecht °. 16 Jan 1804, +. 21 Mei 1869
- Anna Christina Wijnanda Maria Hubrecht °. 8 Maa 1805, +. 30 Sep 1806
Deliana van Lanschot
- Staat in:
- Nazaten Gerard van Lanschot
Deliana van Lanschot werd geboren op zondag, 25 juni 1628 te Leiden . Zij was de dochter van Johan van Lanschot en Maria van Oudshoorn , vrouwe van Wulven en Crayenstein. Deliana van Lanschot huwde François Focanus, zoon van Sara De Witt, op 8 april 1657 te 's-Gravenhage. Deliana van Lanschot overleed op zaterdag, 6 maart 1677 te 's-Hertogenbosch in de ouderdom van 48. Zij werd begraven op 8 maart 1677 te Sint Janskerk, 's-Hertogenbosch. Tegen den Zuidwestelijken pilaar hingen in het schip van de kerk de rouwborden van de familie Focanus; daarop stonden geene kwartieren, behalve op dat van Deliana van Lanschot, overleden 6 Maart 1677, de huisvrouw van Frans Focanus, landdrost van de Meierij van Den Bosch; hare kwartieren waren:
1= Lanschot - van den Bogaert
Lanschot - Boots
2= Kraayesteijn - Beveren
van Nes - Oem.1
1= Lanschot - van den Bogaert
Lanschot - Boots
2= Kraayesteijn - Beveren
van Nes - Oem.1
Kinderen van Deliana van Lanschot en François Focanus
- Jacob Focanus+ °. 5 Mei 1658
- Margrieta Focanus+ °. 3 Apr 1659, +. 11 Feb 1706
- Johan Phillip Focanus+ °. 13 Mei 1660
- Johan Focanus+ °. 23 Apr 1662
- Sara Elisabeth Focanus+ °. c 1664
- Wouter Focanus °. 14 Nov 1666
- Adriaen Focanus °. 2 Dec 1668
Bronvermelding(en)
- [S107] 's-Hertogenbosch - Straten - Panden - Monumenten, online http://www.bossche-encyclopedie.nl/_Index.htm
François Focanus
François Focanus werd geboren in 1620 te Dordrecht . Hij was de zoon van Sara De Witt. François Focanus huwde Deliana van Lanschot, dochter van Johan van Lanschot en Maria van Oudshoorn , vrouwe van Wulven en Crayenstein, op 8 april 1657 te 's-Gravenhage. François Focanus was getuige bij de doop van Adriana van Lanschot op 25 juni 1659 te Pieters kerk, Leiden; derde doopgetuige was Adriana van Egmond van der Nieuburgh.1
François Focanus was getuige bij de doop van Anna Maria van Lanschot op 2 november 1664 te Sassenheim; Doopgetuige wa eveneens juffr. Sara l'Empereur van Oppijck.2 François Focanus overleed na 1689.
Kinderen van François Focanus en Deliana van Lanschot
- Jacob Focanus+ °. 5 Mei 1658
- Margrieta Focanus+ °. 3 Apr 1659, +. 11 Feb 1706
- Johan Phillip Focanus+ °. 13 Mei 1660
- Johan Focanus+ °. 23 Apr 1662
- Sara Elisabeth Focanus+ °. c 1664
- Wouter Focanus °. 14 Nov 1666
- Adriaen Focanus °. 2 Dec 1668
Bronvermelding(en)
- [S99] Nelly van der Hoeven, "Dopen Leiden," e-mail van Hans Van Landschoot, 16/6/2010.
- [S6] Digitale Stamboom LEIDEN, online http://www.leidenarchief.nl/
Margrieta Focanus
- Staat in:
- Nazaten Gerard van Lanschot
Margrieta Focanus werd gedoopt op 3 april 1659 te 's Hertogenbosch. Derde getuige was Margrita Cristijna.1 Zij werd geboren op donderdag, 3 april 1659 te 's-Hertogenbosch . Zij was de dochter van François Focanus en Deliana van Lanschot. Margrieta Focanus huwde Patrick Barnewall op 25 oktober 1681 te 's Hertogenbosch. Margrieta Focanus overleed op donderdag, 11 februari 1706 te 's-Gravenhage in de ouderdom van 46.
Kind van Margrieta Focanus en Patrick Barnewall
- Aminette Barnewall+ °. 1688, +. 28 Jun 1762
Bronvermelding(en)
- [S58] Ditgitaal Stadsarchief s' Hertogenbosch, online http://www.stadsarchief.nl/index.cfm
Patrick Barnewall
Patrick Barnewall werd geboren circa 1655 te Rowestown, Ierland. Hij huwde Margrieta Focanus, dochter van François Focanus en Deliana van Lanschot, op 25 oktober 1681 te 's Hertogenbosch. Patrick Barnewall overleed in 1735.
Kind van Patrick Barnewall en Margrieta Focanus
- Aminette Barnewall+ °. 1688, +. 28 Jun 1762
Robert Barnewall
Kind van Robert Barnewall
- Patrick Barnewall+ °. c 1655, +. 1735
Amy Plunkett
Kind van Amy Plunkett
- Patrick Barnewall+ °. c 1655, +. 1735
Aminette Barnewall
- Staat in:
- Nazaten Gerard van Lanschot
Aminette Barnewall werd geboren in 1688 te Tuil, Gelderland. Zij was de dochter van Patrick Barnewall en Margrieta Focanus. Aminette Barnewall huwde Lodewijk De Vos op 4 juli 1721 te Culemborg. Aminette Barnewall overleed op maandag, 28 juni 1762 te Culemborg.
Kind van Aminette Barnewall en Lodewijk De Vos
- Johannes Philippus De Vos+ °. 15 Aug 1723, +. 12 Aug 1797
Lodewijk De Vos
Lodewijk De Vos werd geboren op zaterdag, 15 augustus 1676 te Wesel . Hij huwde Aminette Barnewall, dochter van Patrick Barnewall en Margrieta Focanus, op 4 juli 1721 te Culemborg. Lodewijk De Vos overleed op vrijdag, 19 mei 1730 te Culemborg in de ouderdom van 53.
Kind van Lodewijk De Vos en Aminette Barnewall
- Johannes Philippus De Vos+ °. 15 Aug 1723, +. 12 Aug 1797
Johann De Vos
Kind van Johann De Vos
- Lodewijk De Vos+ °. 15 Aug 1676, +. 19 Mei 1730
Maria Rixken Delwich
Kind van Maria Rixken Delwich
- Lodewijk De Vos+ °. 15 Aug 1676, +. 19 Mei 1730
Johannes Philippus De Vos
- Staat in:
- Nazaten Gerard van Lanschot
Johannes Philippus De Vos werd geboren op zondag, 15 augustus 1723 te Culemborg . Hij was de zoon van Lodewijk De Vos en Aminette Barnewall. Johannes Philippus De Vos huwde Christina Johanna van Crombrugge op 14 april 1751 te Culemborg. Johannes Philippus De Vos overleed op zaterdag, 12 augustus 1797 te Culemborg in de ouderdom van 73.
Kind van Johannes Philippus De Vos en Christina Johanna van Crombrugge
- Johannes Ludovicus De Vos °. 28 Sep 1753
Christina Johanna van Crombrugge
Christina Johanna van Crombrugge werd geboren op dinsdag, 9 januari 1714 te Ophemert . Zij huwde Johannes Philippus De Vos, zoon van Lodewijk De Vos en Aminette Barnewall, op 14 april 1751 te Culemborg. Christina Johanna van Crombrugge overleed op vrijdag, 21 december 1792 te Culemborg in de ouderdom van 78.
Kind van Christina Johanna van Crombrugge en Johannes Philippus De Vos
- Johannes Ludovicus De Vos °. 28 Sep 1753
Petrus van Crombrugge
Kind van Petrus van Crombrugge
- Christina Johanna van Crombrugge+ °. 9 Jan 1714, +. 21 Dec 1792
Arnolda Spillenaar
Kind van Arnolda Spillenaar
- Christina Johanna van Crombrugge+ °. 9 Jan 1714, +. 21 Dec 1792
Johannes Ludovicus De Vos
- Staat in:
- Nazaten Gerard van Lanschot
Johannes Ludovicus De Vos werd geboren op vrijdag, 28 september 1753 te Culemborg . Hij was de zoon van Johannes Philippus De Vos en Christina Johanna van Crombrugge.









