Van Landschoot

800 jaar familiegeschiedenis

← Terug naar USA overzicht

Moline, Illinois

De eerste Vlaamse emigranten rond 1850

Moline, Illinois en de omliggende gemeenten groeiden in de negentiende eeuw uit tot een van de belangrijkste centra van Belgische en vooral Vlaamse immigratie in de Verenigde Staten. Naast Detroit en Chicago wordt Moline vaak genoemd als een van de grootste Belgische kolonies in Amerika. Voor de familie Van Landschoot en vele verwante families uit het Meetjesland vormt deze streek dan ook een bijzonder belangrijk hoofdstuk in het emigratieverhaal.

Moline in 1869
Moline in 1869 — een jonge industriestad aan de Mississippi die vele Vlaamse gezinnen aantrok.

Een Vlaamse bestemming in de Midwest

Belgische emigranten werden al vanaf de jaren veertig van de negentiende eeuw aangetrokken door Moline en de omliggende regio. In het oude vaderland speelden economische moeilijkheden, sociale spanningen, politieke onzekerheid en religieuze tegenstellingen een belangrijke rol. Voor vele gezinnen uit Vlaanderen werd emigratie daardoor een denkbare uitweg. Zij trokken naar de Verenigde Staten en vestigden zich vaak in de Midwest, waar vruchtbare landbouwgrond beschikbaar was en waar tegelijk ook de industrie snel begon te groeien.

Voor veel Vlaamse emigranten was die streek bijzonder aantrekkelijk. De landbouwomstandigheden leken in zekere zin op die van het Vlaamse platteland, terwijl er tegelijk veel vraag was naar arbeiders in de opkomende nijverheid. De meeste immigranten kwamen uit dorpen en kleine landelijke gemeenschappen en hadden daardoor weinig moeite om werk te vinden, hetzij op het land, hetzij in de industrie.

De Mississippi en de jonge stad Moline

Moline lag in de vallei van de machtige Mississippi, niet voor niets wel eens de “vader van alle wateren” genoemd. De streek was oorspronkelijk jachtgebied van de Sac- en Fox-indianen, die in dit deel van het land verspreid leefden. In de eerste helft van de negentiende eeuw kwam het geregeld tot gewapende conflicten tussen de inheemse bevolking en de blanke kolonisten die steeds verder westwaarts oprukten. Westelijk Illinois was een van de zwaarst getroffen gebieden in deze strijd. Opperhoofd Black Hawk leidde nog honderden krijgers, maar werd uiteindelijk in 1832 teruggedrongen over de Mississippi. Tot vandaag herinnert een staatspark nabij Moline aan die periode.

In haar vroegste ontwikkeling was Moline nauw verbonden met de rivier. Aanvankelijk was het een rivierdorp dat leefde van de stoomboten die de Mississippi bevoeren, van Saint Paul in Minnesota tot New Orleans in Louisiana. De rivier zorgde voor verbinding, handel en transport, en maakte van Moline een logische vestigingsplaats voor nieuwkomers.

John Deere en de industriële groei

De groei van Moline werd sterk beïnvloed door de komst van John Deere, een smid uit Vermont. Toen hij westwaarts trok met zijn gezin, zag hij in de Mississippi-vallei grote mogelijkheden voor industriële ontwikkeling. Na een verblijf in Grand Detour vestigde hij zich uiteindelijk in Moline. Daar ontwikkelde hij de beroemde stalen ploeg, een werktuig dat bijzonder geschikt was om de zware prairiegrond te bewerken. Voor de boeren van het Middenwesten was dat een doorbraak.

Vanuit een bescheiden werkplaats groeide de onderneming van John Deere uit tot een wereldbedrijf. Ook houtzagerijen langs de rivier droegen bij tot de economische ontwikkeling van de stad. Zij verwerkten het timmerhout uit de omliggende bossen, en het is vermoedelijk aan deze molens dat Moline zijn naam dankt, afgeleid van het Franse woord moulin.

Wat ooit begon als een kleine nederzetting langs de rivier, groeide later uit tot een industrieel centrum. Samen met East Moline en Rock Island aan de Illinois-zijde en Davenport in Iowa vormde Moline uiteindelijk de bekende Quad Cities, een stedelijke regio met meer dan een half miljoen inwoners.

De eerste Vlamingen in Moline en omgeving

Het was in deze streek dat de eerste Belgische immigranten zich vestigden, samen met andere nieuwkomers uit Duitsland, Zweden, Italië en Polen. Aanvankelijk kwamen de Belgen maar mondjesmaat binnen, maar later volgden grotere groepen. Zoals zo vaak gingen die migraties gepaard met grote offers: familiebanden werden verbroken, men moest een nieuw bestaan opbouwen in een onbekend land, en de taal vormde een bijkomende hindernis. Toch slaagden velen erin zich na verloop van tijd aan te passen en een nieuw leven op te bouwen.

Gegevens over de vroegste Belgen in Moline en omgeving zijn schaars, maar uit verschillende bronnen blijkt dat tussen ongeveer 1840 en 1850 al enkele Vlaamse families in deze regio aankwamen. Tot die vroege pioniers behoorden onder meer Bernard Van de Kerckhove en Jacobus Cattour uit Lembeke, Constant Van Wambeke uit Tielt, en Karel Van de Moortele, Bruno De Clercq, Edward D’Huyvetter en Bernard Van den Berghe uit Lotenhulle.

Op een eiland in de Mississippi, het latere Rock Island Arsenal Island, verbleven eveneens Karel Goethals en Leo Schatteman uit Lotenhulle, Frans Rommelaere uit Beernem, Willem en Ambrose Van Landschoot, Jan Lodewijck en Ferdinand De Baets uit Aalter. Alidor Vereecken uit Lembeke kwam hier in 1857 aan. Jan Vanhetzel en zijn vrouw Felicita uit Sint-Margriete waren er volgens de overlevering al sinds 1847.

Ambroos Van Landschoot en de emigratie uit het Meetjesland

Ambroos Van Landschoot, geboren te Maldegem in 1821, vertrok in 1847 samen met zijn vader Ambroise, geboren te Maldegem in 1788. Vermoedelijk reisden zij mee met een groep onder leiding van Pierre Dirckx uit Eeklo, een jonge en bijzonder ambitieuze initiatiefnemer. Pierre Dirckx keerde later nog terug en reisde in 1851 opnieuw naar Amerika, ditmaal samen met Bernard en Pieter Van de Kerckhove, Eduard De Grendel, Willem en Theresia Van Landschoot — twee andere kinderen van Ambroos — aan boord van de Duc de Brabant, via New Orleans. Die reis duurde meer dan twee maanden.

Pierre Dirckx was nog nauwelijks twintig jaar oud toen hij begon Vlaamse gezinnen uit het Meetjesland aan te moedigen om naar de Verenigde Staten te emigreren. In diezelfde migratiecontext duikt ook pastoor Helias D’Huddeghem uit Gent op, bezieler en stichter van de parochie in Taos, Missouri. Verschillende Vlaamse families verbleven eerst in Taos en trokken daarna verder naar Moline en omgeving, waar zij zich definitief vestigden.

Familienetwerken, geboorten en verdere verspreiding

Ida Van Landschoot geboren op 29 april 1851 was het eerste kind dat in deze regio uit Vlaamse ouders werd geboren. Het tweede kind was Victor Felix van Landschoot geboren op 29 maart 1853 beiden kinderen van Willem Van Landschoot en Sophia Buse

Ook in de latere decennia bleven nieuwe Vlaamse families toekomen. Tussen 1890 en 1905 arriveerden onder meer Karel en Edward Coryn uit Lotenhulle, Alberic De Poorter en zijn gezin uit Poeke, Edward Andries uit Wingene, Camiel Bonte uit Brugge en Adiel Carton uit Pittem. Andere nieuwkomers waren Pieter Veerdegem uit IJzendijke in Zeeuws-Vlaanderen, Angelis en Frans De Jaegher uit Oudeman, Henri Braem uit Aalter, Jan de Sutter uit Sint-Laureins, Ferdinand Van de Voorde uit Lotenhulle, Jan Beirmaert en Franciscus Thienpondt uit Sint-Niklaas en Bruno De Jaegher uit Lembeke.

Verschillende van deze families verspreidden zich later over de omliggende gemeenten, zoals Atkinson, Annawan en Kewanee in Illinois, en Long Grove in Iowa. Door de groeiende Vlaamse gemeenschap ontstond ook de behoefte aan een Vlaamse priester. In 1896 vestigde de familie De Poorter zich in de streek. Een van hun jongste zonen, Alfons De Poorter, was priester. Na enkele jaren van pastorale dienst in verschillende parochies werd hij in 1897 door bisschop Spalding benoemd tot pastoor in Atkinson.

De grond waarop de kerk van Atkinson werd gebouwd, was geschonken door Anthony Bouwhuis, die in een eerste huwelijk gehuwd was met Theresia Van Landschoot, overleden in 1864, en in een tweede huwelijk met Delphine Hyndrikx. Zo bleef ook in de kerkelijke infrastructuur van de streek de band met de familie Van Landschoot zichtbaar aanwezig.

Bewerkt en vormgegeven op basis van een ouder historisch overzicht over de Vlaamse aanwezigheid in Moline, Illinois, met bijzondere aandacht voor de familie Van Landschoot en verwante emigranten uit het Meetjesland.