Van Landschoot

800 jaar familiegeschiedenis

Jan Van Landschot en Lijsbette Van Houtte

Staat van goed van 1538 · Sint-Kruis, Sijsele, Beernem en Brugge

1538Sint-Kruis buiten BruggeHertaling en verklaring

Na het overlijden van Lijsbette Van Houtte, dochter van Gillis, werd het huishouden beschreven dat zij met Jan Van Landschot had gevormd. Jan bleef als langstlevende achter. De staat bevat gronden, gebouwen, vee, gewassen, huisraad, linnen, geld, vorderingen en schulden.

Leeswijzer

Klik op een onderdeel om het te openen. De hertaling volgt de onderdelen van de transcriptie. De verklaring en het doorlopende boekstuk staan apart.

Ontbrekende woorden blijven zichtbaar. De slotrekening bevat tegenstrijdigheden: haar bedragen zijn geen gecontroleerde erfverdeling.

Schema bij de staat van goed van Jan Van Landschot en Lijsbette Van Houtte
Schema bij de boedelbeschrijving: hofstede, baten, lasten en erfdeling.
Wie is wie?Echtpaar, erfgenamen en personen bij de waardering

De overledene is Lijsbette Van Houtte, dochter van Gillis. Haar echtgenoot Jan Van Landschot leeft nog en treedt op als de bezitter. De titel van de staat mag dus niet als een overlijdensvermelding van Jan worden gelezen.

PersoonHoedanigheid en zekerheid
Jan Van Landschot / Van Landschoot / Van LantscooteLangstlevende echtgenoot. Zijn vadersnaam ontbreekt in het aangeleverde fragment.
Lijsbette Van Houtte, filia GillisOverleden echtgenote van Jan; bezit onder meer erfgoederen in Beernem.
Gillis Van HoutteVader van Lijsbette; geen verdere gegevens in deze staat.
Kinderen en erfgenamen van LijsbetteDe slotrekening noemt kinderen en erfgenamen, zonder namen of aantal.
De voogdenSluiten in onderdeel 26 een overeenkomst met Jan over een bate van 10 pond; daar niet bij naam genoemd.
Lauwers ChristiaensGenoemd bij de waardering; geen bewezen verwantschap of voogdij in deze passage.
Pieter SlabbaertGenoemd bij de waardering. Een latere schuldeiser Slabbaert is niet zonder meer dezelfde persoon.
Jan van den EeckhouteGenoemd bij de waardering; geen verwantschap opgegeven.
Janneken SpeelmansGenoemd bij de waardering; precieze hoedanigheid niet volledig duidelijk.
“Vrouwe Petrus Coop / vrouwe”Onzekere persoonsaanduiding; mogelijk de vrouw van Pieter/Petrus Coop.
De moeder van Jan Van LandschotHaar sterfhuis moet nog 6-3-1 aan de boedel betalen. Haar naam ontbreekt.
Jan, zoon van Loijs Van GhisteleAndere Jan. Zijn kinderen hebben een vordering van 19-18-0 op deze boedel.
Lambert van BellePlaatselijke referentie bij landbouwgronden. Voornaam gedeeltelijk aangevuld in de transcriptie.
Pieter van WestvoordeVermeld bij een cijnsrecht of perceel; precieze verhouding onduidelijk.

Deze staat bewijst het echtpaar en Lijsbettes vadersnaam. De namen van hun kinderen en Jans aansluiting bij een oudere generatie zijn hieruit niet vast te stellen. Economische contacten zijn niet automatisch familieleden.

Leeswijzer: geld, land en juridische begrippenUitleg bij de rekening en de oude woorden

Bedragen blijven in de vorm pond–schelling–groot: 1 pond groten = 20 schellingen; 1 schelling = 12 groten. Zo betekent 0-30-0 dertig schellingen, of 1 pond 10 schellingen. Een dergelijke niet-herleide notatie hoeft geen fout te zijn.

Voor de landmaten geldt hier: 1 gemet = 3 lijnen = 300 roeden; één lijn is 100 roeden. De oorspronkelijke maten blijven behouden. Onderdeelnummers verwijzen naar de aangeleverde transcriptie, niet naar vastgestelde folio’s.

TermBetekenis
SterfhuisDe na een overlijden beschreven en afgerekende boedel, niet uitsluitend de woning.
BezitterHier Jan, de langstlevende die de boedel onder zich heeft; niet noodzakelijk uitsluitend eigenaar van alle goederen.
ConquestTijdens het huwelijk verworven goed.
Patrimonie van de overledeneErfgoed van Lijsbette. Het woord bepaalt niet van welk familielid het afkomstig is.
CijnslandGrond waarop gebruiks- of bezitsrechten rusten tegenover een jaarlijkse cijns; de titel bepaalt de voorwaarden.
ProostlandGrond binnen het rechts- en lastenverband van een proosdij; niet zonder meer vrij eigendom.
CatheylenHier een boedelcategorie met huisraad en vee, maar ook gebouwen, bomen en andere bedrijfsbestanddelen.
Groene vruchtenNog te velde staande gewassen en grasopbrengsten.
InschuldenVorderingen: geld dat anderen aan de boedel moeten betalen.
UitschuldenSchulden die de boedel zelf moet betalen.
AeldinghersErfgenamen; geen aanduiding van hun precieze verwantschap.
Losrente, penning 16Aflosbare rente; kapitaal zestienmaal de jaaropbrengst, rekenkundig 6,25% per jaar.
Commeren en lastenSchulden, verplichtingen en kosten.

De bron rekent gebouwen en bomen onder de catheylen. Haar indeling wordt daarom niet vervangen door een strikt modern onderscheid tussen roerend en onroerend goed. Ontbrekende woorden worden niet stilzwijgend aangevuld.

Hertaling van de aanhefOnderdelen 1–2

Hier volgt de staat van de achtergebleven goederen van Jan Van Landschoote en Lijsbette, dochter van Gillis van Houtte, zijn overleden echtgenote, zaliger gedachtenis.

De goederen zijn gewaardeerd met tussenkomst van Lauwers Christiaens, Pieter Slabbaert, Jan van den Eeckhoute, Janneken Speelmans en een verder onduidelijk aangeduide vrouw. Dit gebeurde met hun instemming en naar hun beste vermogen, op de wijze die hierna wordt beschreven.

De formule rond de waardering en de laatste persoonsaanduiding zijn onvoldoende leesbaar. Deze personen worden daarom niet zonder bijkomend bewijs als beëdigde schatters of voogden omschreven.

Gronden en erfgoedOnderdelen 2–3 · aanvankelijk zonder waardering
LiggingOppervlakteRechtstoestand
Sint-Kruis, heerlijkheid Sijsele5 lijnen 34 roedenVrijland, tijdens het huwelijk verworven.
Aansluitend bij het vorige1 gemet 16 roedenProostland, tijdens het huwelijk verworven.
Boomgaardje van de hofstede30 roedenTijdens het huwelijk verworven grond.
Beernem2 gemeten 2 lijnen 50 roedenTijdens het huwelijk verworven grond.
Beernem1 gemetDrie vierde conquest; één vierde erfgoed van Lijsbette.
Beernem4 roeden bosErfgoed van Lijsbette.
Beernem2 gemetenVroeger bos, afkomstig van Lijsbette; verkrijgingswijze niet nader omschreven.

Als dit zeven afzonderlijke percelen zijn en de cijfers juist zijn, bedragen zij samen 8 gemeten 2 lijnen 34 roeden.

Dit is een voorlopig totaal. Onderdeel 37 noemt voor de eerste partij 5 gemeten in plaats van 5 lijnen, en voor de vierde partij 100 in plaats van 50 roeden.

Cijnsgronden en jaarlijkse lastenOnderdelen 3–4
GoedLast volgens transcriptieRechthebbende / toelichting
1 gemet 42 roeden7 pond groten per jaarDe dis van de kerk van Sint-Kruis bij Brugge; bedrag onzeker.
75 roeden met de hofgebouwen2 pond groten per jaarSint-Donaas; later tweemaal 2 schellingen per jaar genoemd.
Cijns bij Pieter van Westvoorde2 pond groten per jaarSamenhang met vererving onvolledig leesbaar; precieze rechthebbende onzeker.

Op de 75 roeden van Sint-Donaas staan de gebouwen van het sterfhuis. De latere vermelding van 2 schellingen maakt de eerste lezing “2 pond” twijfelachtig. De latere grondcijns van 8 schellingen aan de dis kan niet zonder meer met de eerste post worden gelijkgesteld.

Hofstede, bomen en voorradenOnderdelen 5–7
GoedHertaling / toelichtingBedrag
Woonhuis en bedrijfsgebouwenWoonhuis, schuur, paardenstal, koeienstal en varkensstal.40-0-0
Huis bij de Kruispoort in BruggeNaam voorlopig gelezen als “de Vier Hemelskinderen”.34-0-0
Tronken en appelbomenOp cijnsgrond van 1 gemet 17 roeden; vervolg over pachtland onduidelijk.3-10-0
Boomgaard en hagenFruitbomen, andere bomen en hagen van het hof.0-30-0
MestMestvoorraad op het hof.0-8-0
Bomen aan de hofwalVermoedelijk 21 opgaande bomen.0-35-0
Overige bomen16 tronken, 4 appelbomen, een notelaar en een ontbrekend gewas of boomtype.0-12-0
Graan en bonenMoeilijk leesbare voorraadpost met koren, gerst en bonen; hoeveelheid en tarief onzeker.4-0-0
RijsHoop rijshout, ongeveer duizend eenheden volgens de lezing; plaatsaanduiding onzeker.25-0-0
“Fasolen”Hoopje op het hof; woord en hoeveelheid onzeker.0-5-0
Braam- en brandmateriaalEen “braemtinne” met ander brandmateriaal achter het hof.0-8-0
Bonen en hooiBonen en ongeveer drie voeren hooi; eenheid bij “100 boonen” ontbreekt.0-21-0
SchovenOngeveer honderd schoven van een onzeker gelezen gewas.0-4-0

De huisnaam, de oppervlakte 1 gemet 17 roeden en het bedrag van 25 pond voor rijshout vragen controle. “Hofwal” bewijst geen kasteel; de plaatsaanduiding bij het rijshout wordt niet als slotgracht ingevuld.

Werktuigen en veestapelOnderdelen 6–8 · pluimvee in onderdeel 21
PostHertalingBedrag
Wagens en werktuigenEen “bastaarden” wagen, vermoedelijk twee paar assen, een lange wagen, vier beslagen achterwielen, twee ploegen met toebehoren, twee andere achterwielen, een eg en ijzeren onderdelen.0-35-0
KolenEén lijn kolen op cijnsgrond van de dis van Sint-Kruis.0-15-0
Vier merriesMet harnassen, wagenzelen en verder onduidelijk toebehoren.18-0-0
Vijfde merrieMet een “cachler”, vermoedelijk een veulen.4-16-0
MelkveeDertien melkkoeien en twee runderen.20-10-0
Runderen in MaleVier runderen die in het Malenbos lopen.0-30-0
KalverenDrie melkdrinkende kalveren.0-4-0
VarkensTwee varkens.0-16-0
Pluimvee, later vermeldVeertien hennen en één haan; niet bij subtotaal I geteld in deze presentatie.0-3-0

Opgegeven som: I: 137-12-0, voor de afdeling gebouwen, agrarische goederen en vee in onderdelen 5–8. Niet als gecontroleerd totaal te lezen.

De lijst noemt 5 merries, mogelijk 1 veulen, 13 melkkoeien, 6 overige runderen, 3 kalveren en 2 varkens. De latere melkfactuur bevestigt dat melk ook tegen betaling werd geleverd.

Groene vruchten: gewassen op het veldOnderdelen 9–10

De gewassen worden gewaardeerd boven de landpacht: de opbrengstwaarde wordt dus met rekeninghouding met de pacht beschreven.

LiggingOppervlakte en gewasBedrag
Achter Lambert van Belle, zuidoost van de kerk van Sint-Kruis11 lijnen hooigras met oostelijk aansluitend koren; tarief 9 schellingen met onduidelijke rekeneenheid.0-29-0
Achter Lambert van Belle2 gemeten 50 roeden in drie stroken; onderlinge omschrijving onvolledig.0-8-0
Noordwest van het straatje langs Lambert van BelleOngeveer 5 gemeten haver en hooigras; tarieven 6 en 9 schellingen.0-40-0
Achter de hofstedeOngeveer 6 gemeten koren, “vetten” en gerst; “vetten” mogelijk wikken.2-13-6
Tussen het vorige stuk en het kerkhof van Sint-Kruis6 gemeten 2 lijnen koren; 10 schellingen per gemet boven de pacht.3-6-8

Opgegeven som: II: 9-16-2. Niet als gecontroleerd totaal te lezen.

De laatste post klopt rekenkundig: 6⅔ gemet × 10 schellingen = 3-6-8. De vijf oppervlakten tellen op tot 23 gemeten 1 lijn 50 roeden.

Dit is geen bewezen totale bedrijfsoppervlakte. Dezelfde grond kan ook bij eigendom, cijnzen of pachtschulden voorkomen.

Huisraad, keuken en kelderOnderdelen 10–14
VoorwerpenBedrag
Karn, roomzeef en twee maten0-2-0
Twee tonnetjes, vier tonnen, een “fruitelvat” en twee stoelen0-2-0
Kan, vermoedelijk een zeef en een kuipje0-2-0
Een “lysekan”, onzeker voorwerp0-2-0
Twee “spaen”, een “haecx” en een pot0-21-0
Boven de kelder: onvolledige notitie“6-0”

In de keuken

VoorwerpenBedrag
Onzeker meubel, tafel, glazenbord en vermoedelijk handdoekhouder0-4-0
Bed met een koordenbodem0-4-0
“Windtweech”, zetel en twee stoelen0-19-0
“Trishouc”, vermoedelijk een meubel0-2-0
Schapraai of voorraadkast0-2-0
Lat met vier hangijzers0-3-0
Tang, schop, haardijzer, rooster, potondersteuning en andere haardwerktuigen“02-0”
Twee lantaarns, mand, “kerschcorf”, mortier, twee zeven, potten en kannen0-12-0
Twee pannen met stelen en een rooster0-16-0
Twee spitten, vermoedelijk vetopvangbak en rooster0-2-0
Pot met deksel0-2-0
Twee braadpannen0-2-0
Koperen pot met deksel0-4-0
“Witten aker”, vermoedelijk metalen emmer, en ketel0-2-0
Zwarte ketel en “vispaen”, vermoedelijk schuim- of schepspaan0-2-0
Twee handvaten, vermoedelijk vaatwerk voor water of handenwassen0-2-0
Een ontbrekende post op de kopieNiet overgeleverd
Metalen pot en ketel0-3-0
Metalen pot en “halve panne”0-3-0
Ketel met onduidelijk toebehoren0-2-6
Grote ketel0-5-0
Drie kleine ketels0-3-6
Nog een grote ketel0-3-0
Twee ketels en een vuurpan0-4-0
“Lawe”, onduidelijk0-3-0
Koperen pot0-3-0
Metalen pot0-3-0
Twee komforen en onvolledig genoemd voorwerp0-3-0
Vier kandelaartjes0-12-0
Hangend vlees; “twaeken” mogelijk stukken of zijden vlees0-10-0

In de kelder

VoorwerpenBedrag
Drie potten, boterschotels en klein huisraad0-12-0
Drie kuipen0-12-0

Opgegeven som: III: 5-12-10. Niet als gecontroleerd totaal te lezen.

Kamer, beddengoed en lijnwaadOnderdelen 14–17
VoorwerpenBedrag
Vier kandelaars met kaarsen en vermoedelijk wijwatervat0-4-0
Twee haardijzers0-2-6
Stalen boog, twee messen en onduidelijk voorwerp0-2-4
Vijf zitkussens0-4-0
Vier hoofdkussens0-4-0
Nog vier hoofdkussens0-3-0
Twee “dresschoverwaen”, vermoedelijk textiel of bedbekleding0-4-0

De stalen boog kan een kruisboog zijn, maar de identificatie blijft onzeker.

Lakens en huishoudlinnen

Posten in bronvolgordeBedragen in dezelfde volgorde
Een paar lakens, nog een paar, nog een paar, drie linnen lakens, nog een paar en nog een paar0-3-0; 0-2-0; 0-2-0; 0-2-0; 0-2-0; 0-2-0
Twee paar linnen lakens0-20-0
Zeven verdere paren linnen lakens0-12-0; 0-4-0; 0-5-0; 0-4-0; 0-4-0; 0-3-0; 0-2-0
Kort lijnwaad0-12-0
Acht “slavetten”, vermoedelijk servetten0-4-6
Tien servetten0-4-0
Drie afzonderlijke “strolakens”0-3-0; 0-3-0; 0-5-0
Nog linnen lakens0-2-0
Zeven hoofddoeken of hoofdbedekkingen0-8-0
Hoopje lijnwaad0-3-0
Hoopje kleine of afgedragen zaken0-12-0

Stukken lijnwaad per el

LengteTarief per elGenoteerd bedrag
11 ellenNiet vermeld5-6-0
34 ellen6 groten0-17-0
34 ellen7 groten0-17-0
14 ellen6 groten0-32-0
36 ellen6 groten0-18-0
27 ellen6 groten“0-130”
14 ellen6 groten0-12-0
13 ellen6 groten0-12-0
24 ellen6 groten0-13-6
24 ellen6 groten0-12-0
29 ellen5 groten0-12-2
23 ellen6 groten0-11-6
22 ellen6 groten0-15-6
27 ellen6 groten0-23-0
46 ellen6 groten0-23-0
50 ellen7 groten0-29-2
26 ellen6 groten0-13-0
38 ellen6 groten0-19-0
21 ellen6 groten0-10-11
23 ellen5 groten0-13-9
49 ellen groen lijnwaad4 groten0-18-5

Verscheidene berekeningen kloppen niet: 34 ellen × 7 groten geeft 0-19-10; 14 ellen × 6 groten geeft 0-7-0. Zonder origineel valt niet te bepalen of de lengte, het tarief of het bedrag verkeerd is gelezen. De voorraad bewijst geen beroep als wever of linnenhandelaar.

Kleding, persoonlijke voorwerpen en meubilairOnderdelen 18–20

De eerste drie posten van onderdeel 18 zijn sterk verbasterd: een rood en twee blauwe voorwerpen, “rondomme beslegen”, voor 0-0-2, 0-15-0 en 0-14-0. Zij worden niet als kannen of kledingstukken geïdentificeerd zonder de afbeelding.

VoorwerpenBedrag
“Drie zelven croesen”, mogelijk zilveren kroezen0-4-0
Een “scorthaeck”0-2-0
Nog een “scorthaeck”, met mogelijk gouden versiering0-4-6
Vrouwenkleed met onduidelijk toebehoren0-20-0
Zwart zomerkleed voor een vrouw0-14-0
Zwarte “cuers”, vermoedelijk kledingstuk0-9-0
Nog een onvolledig beschreven “cuers”0-8-0
“Clocke” met ontbrekend woord, mogelijk mantel0-10-0
Twee paar mouwen en vier kraagjes0-3-0
Twee messen en twee vergulde “ooghen”0-4-0
Paternoster, een gebedssnoer0-2-0
Twee paar kousen en een paar mouwen0-2-0
Kaproen“I0-4-6”
Allerlei overige zaken0-12-0
“Lys” met twee lakens0-4-0
Onvolledig gelezen voorwerp0-7-0
Tafereel met crucifix0-6-6
Bedstede met bed, dekens, gordijnen en twee linnen lakens0-36-0
“Leys” met tafel0-10-0
“Trisschout” met kandelaars0-6-0
Kleerkast0-12-0
Twee kisten, een zetel en een stoel0-10-0
Bedstede met bed, deken, twee rode gordijnen en een paar lakens0-2-0
Rood gevoerd “bayken”, vermoedelijk kledingstuk0-2-0

Opgegeven som: IV: 27-15-9. Niet als gecontroleerd totaal te lezen.

Het lage bedrag bij de tweede uitgeruste bedstede, de mogelijke zilveren kroezen en verschillende kledingnamen verdienen controle. “Cuers” wordt niet zonder bewijs als korset vertaald.

Bovenvertrekken en paardenstalOnderdelen 20–21
Ruimte / postInhoudBedrag
Boven de keukenTwee bedden met dekens en linnen lakens.0-16-0
Boven de keukenNog twee bedden met dekens en linnen lakens.0-16-0
Boven de keuken“Zalve”, strogereedschap en overige zaken; onzeker.0-4-0
Boven de kamerVier hoed rogge en nog een onvolledig genoemde hoedmaat.0-18-0
PaardenstalTwee bedden met dekens en linnen lakens.0-20-0
Zelfde afdelingVeertien hennen en een haan.0-3-0
Onzekere voorraad“26 …” tegen 7 groten per pond.3-3-0
Onzekere voorraad“55 kuers” tegen 5 groten per pond.0-22-9

Opgegeven som: V: 8-2-11. Niet als gecontroleerd totaal te lezen.

De twee voorraadposten zijn niet betrouwbaar te identificeren en de berekeningen sluiten niet aan. De bedden in de stal kunnen slaapgelegenheid voor knechten zijn geweest, maar de tekst noemt geen bewoners of personeelsaantal.

Afzonderlijke kledingwaardering en Oostkampse renteOnderdeel 22
GoedBedrag
Onzeker omschreven wambuis en tweede kledingstuk0-6-0
Zwarte rok met mouwen0-13-0
Onzeker omschreven kleed0-12-0
Grauw kleed0-10-0
Zwart kleed met zwart laken afgewerkt of gevoerd0-20-0
Twee paar kousen0-4-0
Zes hemden: vier gefronste en twee ongefronste of “platte”0-7-0
Kapitaalwaarde van de losrente16-0-0

Een jaarlijkse losrente van 20 schellingen groten, tegen de penning 16, is gevestigd op een hofstede met ongeveer 20 gemeten land in Oostkamp. De renteakte berust bij de bezitter. De kapitaalwaarde bedraagt 16 pond.

Opgegeven som: VI: 19-11-0. Niet als gecontroleerd totaal te lezen.

De hofstede is onderpand van de rente. Deze post bewijst niet dat Jan de hofstede met twintig gemeten in eigendom had.

Inschulden: wat de boedel nog moest ontvangenOnderdelen 23–24
SchuldenaarAanleidingBedrag
Heer J. MalfortRenteachterstand, augustus 1538, op de jaarlijkse losrente van 20 schellingen.0-0-2
Vrouw van Cornelis van WilsbergheGeleverde melk.7-0-0
Christoffel LammensNiet nader omschreven.0-20-0
Jacobus BroedersDrie hoed tarwe.0-18-0
Weduwe Jan RoelsWezengoed.0-10-0
Mayken, vrouw van Pieter VerpoeckeNiet nader omschreven.0-36-0
Onleesbaar genoemde vrouwGeleverd hout.0-2-0
Jan LoysHuishuur, vervallen augustus 1538.3-1-2
Jacob BroedersAankoop van koren.0-20-0
Sterfhuis van Jans moederNog te ontvangen bedrag.6-3-1
Gildebroeders van Sint-SebastiaanAanleiding onvolledig.0-0-2
“De goedijnghe vanden proostuaers”Resterend bedrag; betekenis en plaatsing onzeker.21-5-0

Opgegeven som: VII: 28-8-10. Niet als gecontroleerd totaal te lezen.

Dit zijn vorderingen, geen uitgaande schulden. De som strookt niet met de afzonderlijke lezingen. Vooral de post 21-5-0 en haar samenhang moeten worden gecontroleerd.

Contant geld en bijkomende bateOnderdelen 25–26

Het begin van de geldlijst ontbreekt gedeeltelijk. Verschillende muntsoorten worden tegen een gemeenschappelijke rekeningseenheid gewaardeerd.

Muntsoort volgens transcriptieBedrag
Dubbele dukaten en ontbrekend vervolgOnbekend
Gouden leeuwen en onduidelijke toevoeging0-23-0
Zes gouden kronen en onduidelijke toevoeging2-6-0
Zestien halve realen4-4-0
Negen Philips-guldens0-30-0
Gouden gulden, Philips-klinkaart en “gulden mitte”0-13-2
Drie Carolusguldens in zilvergeld0-10-6
Zes “stockendalen”0-30-0
“Vasen” en dubbele stuivers4-13-0
“Vierenhalven”0-21-0
Stuivers0-11-0
Kleingeld van verschillende munten0-17-0
Allerlei geld5-0-0

Opgegeven som: contant geld: 39-2-0. Niet als gecontroleerd totaal te lezen.

Verder sluiten de voogden met Jan een verkoop of overeenkomst over een niet nader herkenbare bate voor 10-0-0.

Het daarna genoteerde totaal “IJc XIV ponden XIX schellingen XII groten” werd als 241-19-12 overgenomen. In gewone Romeinse notatie betekent IJc XIV echter 214, niet 241. Ook daarmee staat het juiste totaal nog niet vast.

Uitschulden, pachten en bedrijfskostenOnderdelen 27–30
SchuldeiserAanleidingBedrag
Kinderen van Jan, zoon van Loijs Van GhisteleAan hen toebehorend wezengeld.19-18-0
Jan van SteenackerBeslaan van paarden en ijzerwerk aan wagens.0-30-0
Gillis MoensZelen, strengen, teugels en vermoedelijk garelen; tot 26 juni 1538.0-7-4
“Achte huispote”Persoon of omschrijving onzeker.0-28-0
“… Slabbaert”Afgerekend tot 26 juni 1538.0-16-0
Post over AntwerpenOnvoldoende leesbare kosten.0-12-0
“Tanne mijn … wijf”Huur of loon, mei 1538.2-0-0
“Tanneken mijn … wijf”Tweede huur- of loonpost, mei 1538.0-15-0
Weduwe Maerten GalleRest pacht 1537 van 17 gemeten; jaarpacht 6 pond.3-0-0
Gillis AmeijeRest pacht vanaf oogst 1537 van 6 gemeten 2 lijnen; jaarpacht 4 pond.2-0-0
Sint-DonaasPacht van 8 gemeten; jaarlijks 24 schellingen.0-24-0
Sint-DonaasCijns op 75 roeden; jaarlijks 2 schellingen, vervallen 1537.0-2-0
Lowijs de Ghent, ontvanger van “mijnheer van Reynunnen”Pacht van 5 lijnen; jaarlijks 10 schellingen.0-10-0
Kapitein van MaleWeiden van vier runderen.0-15-4
Weduwe Maerten GalleDrie vierde jaar, 8 gemeten “vette gras”, 10 schellingen per gemet.3-0-0
Parochiepriester Sint-KruisDrie vierde jaar, 3 gemeten “vette gras”; tarief of bedrag onzeker.0-20-0
Dis Sint-KruisDrie vierde jaar, 7 gemeten “vette gras”; jaarbedrag gelezen als 23 schellingen 3 groten.0-18-2
Dezelfde disDrie vierde jaar cijns; jaarlijks 8 schellingen.0-6-0
Jan Vulderer, namens het Heilig Sacrament te Sint-KruisGrasrecht of graspacht, oogst 1537.0-5-6
Dezelfde grondDrie vierde jaar tot november 1538.0-4-12
Sint-DonaasDrie vierde jaar cijns op 75 roeden tegen 2 schellingen per jaar.0-0-18
2 gemeten 2 lijnen 50 roedenGrond aan Jan Van Landschoot toegeschreven; jaarlast 20 schellingen, voor drie vierde jaar.0-15-0
Opmaak staatOpmaak en andere boedelkosten.2-0-0
Jacob LammensDrie vierde jaar gras in boomgaard, jaarlijks 31 schellingen volgens lezing.0-20-0

Opgegeven som: lasten: 44-8-8. Niet als gecontroleerd totaal te lezen.

De 18 groten bij Sint-Donaas kloppen met drie vierde van 2 schellingen. Bij Jacob Lammens zou drie vierde van 31 schellingen echter 23 schellingen 3 groten bedragen. De kinderen Van Ghistele zijn niet als kinderen van Jan Van Landschoot te lezen.

Waken, begrafenis en uitvaartOnderdeel 31
OmschrijvingBedrag
Waken en begraven; precieze levering ontbreekt0-2-6
Brood0-6-0
Twee “volmers” gebakken; vervolg onduidelijk0-12-0
Kosten in het “weeshuus” — lezing onzeker — en onduidelijke verse waren0-15-0
Onduidelijke voedselpost op de uitvaartdag0-4-8
Vijf koppels kippen tegen 5 groten per koppel0-2-1
Nog een onduidelijke voedselpost0-9-6
Bakken en bereiden van vijf pasteien0-3-0
Halve ton bier, met bijkomende kost of waardering0-3-10
Brood en bier op de uitvaartdag0-5-6

De kippenpost klopt: 25 groten = 2 schellingen 1 groot.

Het woord “weduwe” in de beschadigde aanhef van deze afdeling botst met Jans rol als langstlevende. Het wordt niet gebruikt om van Lijsbette Jans weduwe te maken.

Kerkelijke diensten en testamentaire giftenOnderdelen 32–33
OmschrijvingBedrag
Bijdrage van zeven gilden, met kruisen of uitvaarttoebehoren, tegen 4 groten0-2-4
Vier kapelaans die het lijk droegen, ieder 4 groten0-0-16
Testamentaire gift aan de kerk van Sint-Kruis0-2-0
Twee parochiepriesters van Sint-Anna0-2-0
Kapelaans0-0-6
“Radraghe”, functie onzeker0-0-3
Verdere diensten van priesters, kapelaans en dragers met vier kaarsenOnvolledig

Vervolgens worden zeven gilden of broederschappen genoemd: volgens de lezing het Heilig Kruis, Sint-Antonius, Sint-Marc, Sint-Elooi, Sint-Christiaen, Onze-Lieve-Vrouw en het Heilig Sacrament. Enkele namen zijn onzeker. Meestal staat 20 groten, bij Sint-Elooi 20 schellingen; dit verschil blijft te controleren.

Verdere diensten en giftenBedrag
Gezongen mis; samenhang met vorige posten onzeker0-3-0
Dertig zielenmissen0-13-0
Zes “pusse messen”, betekenis onzeker0-10-0
Via de dis voor dertig personen, vermoedelijk elk 3 groten0-7-6
Testamentaire gift met onduidelijke begunstigde0-11-0
Gift met vermelding van Sint-Anna; begunstigde onduidelijk0-8-0
Lijsbettes dagelijkse kleding; begunstigde of afwikkeling ontbreektGeen duidelijk afzonderlijk bedrag

Opgegeven som: 7-2-4, in de slotafrekening aangeduid als het gehele testament. Niet als gecontroleerd totaal te lezen.

Niet met zekerheid is te bepalen welke voorafgaande uitvaartkosten in deze som zitten. Betrokkenheid van zeven gilden bewijst geen lidmaatschap van alle zeven.

Slotbalans en erfverdelingOnderdelen 34–35 · cijfers niet sluitend

De baten en gewone lasten worden tussen Jan en de erfgenamen van Lijsbette verdeeld. De testamentaire lasten komen afzonderlijk ten laste van de erfgenamen. De twee overgeleverde versies verschillen echter en laten geen sluitende berekening toe.

ElementOvergeschreven gegevens
Totale baten215-19-12
Jans aandeelEerst vier achtsten; bij de lasten in onderdeel 35 vijf achtsten.
Bedrag bij Jans aandeel84-19-8
Aandeel erfgenamenDrie achtsten; genoteerd bedrag 10-19-3.
Gewone lasten44-7-8, tegenover 44-8-8 in onderdeel 30.
Jans aandeel in de lasten39-0-0 in onderdeel 34; 29-0-0 in onderdeel 35.
Aandeel erfgenamen in de lasten15-7-8
Testament7-2-4
Totale lasten erfgenamen22-10-12
Netto voor de kinderen volgens de transcriptie88-9-3

88-9-3 is een overgeschreven slotbedrag, geen gecontroleerd erfdeel. Vijf achtsten tegenover drie achtsten is tekstueel mogelijk, maar wordt niet door de bedragen bevestigd. Ook 15-7-8 + 7-2-4 geeft 22-10-0, niet 22-10-12.

Optelling van de overgeschreven subtotalen I–VII, het geld en de bijkomende 10 pond geeft 286-1-6. Dit is geen alternatief boedeltotaal: het signaleert dat cijfers, groepering of transcriptie moeten worden herzien.

Slotnotitie: issuwe en aanvullende grondschattingOnderdelen 36–37

De beschadigde slotnotitie verwijst naar behandeling van Jans staat in de kamer, de costumen, erfgenamen die als “vreemte” worden aangeduid, en issuwe tegen de tiende penning voor 10 pond groten. Het jaar 1538 en de aanwezigheid van baljuw en schepenen zijn herkenbaar; de volledige datum en enkele namen niet.

De vermoedelijke strekking is een regeling van issuwe voor erfgenamen buiten het betrokken rechtsverband. “Vreemd” hoeft niet buitenlands te betekenen. Of het bedrag wordt vastgesteld, toegezegd of betaald, is uit de beschadigde werkwoorden niet veilig af te leiden.

Latere waardering van de landen

PartijOppervlakte in onderdeel 37Tarief per gemet
Eerste partij5 gemeten 34 roeden6 pond
Tweede partij, proostland1 gemet 16 roeden3 pond
Derde partij30 roeden6 pond
Vierde partij, Beernem2 gemeten 2 lijnen 100 roeden2 pond
Vijfde partij1 gemet2 pond
Verdere cijnsgronden1 gemet 42 roeden, 75 roeden en nog 1 gemetVervolg ontbreekt

“Frans vande Lande” aan het begin kan een naam zijn, maar ook een verkeerd gelezen titel over de prijs van de landen. Er wordt daarom geen nieuwe persoon op basis van deze woorden toegevoegd. De oppervlakten wijken op twee plaatsen af van de eerste lijst.

Verklaring: wat deze staat ons leertLandbouw, huishouden en familiegeschiedenis

Een gemengd landbouwbedrijf met melkproductie

Dertien melkkoeien, jongvee, een karn, roomzeef en botervaatwerk passen bij de afzonderlijke vordering wegens melkleveringen. Melk werd dus ook tegen betaling geleverd. Paarden, wagens, ploegen, een eg en verschillende gewassen tonen daarnaast akkerbouw en vervoer.

Eigen grond, cijnsgrond en pacht

Het bedrijf rustte op verschillende rechten: tijdens het huwelijk verworven grond, Lijsbettes erfgoed, cijnsgrond en gepachte akkers en weiden. De oppervlakten uit de verschillende afdelingen mogen niet allemaal worden opgeteld: dezelfde grond kan meermaals verschijnen.

De omgeving van Sint-Kruis

Lambert van Belle, het straatje langs zijn bezit en het kerkhof situeren landbouwgrond rond Sint-Kruis. De hofgebouwen stonden op 75 roeden cijnsgrond van Sint-Donaas. Een modern adres kan zonder de oorspronkelijke titels niet worden vastgesteld.

Een goed uitgerust huishouden

De bedden, gordijnen, kisten, kasten, kookgerei en grote linnenvoorraad tonen een behoorlijk ingericht huishouden. Bedden in de paardenstal kunnen op slaapgelegenheid voor arbeidskrachten wijzen. De staat noemt hun aantal of namen niet en bewijst evenmin een textielberoep.

Verschillende inkomsten

Naast melk en graan staan houtleveringen, huishuur, een rente en een vordering op het sterfhuis van Jans moeder genoteerd. De Oostkampse hofstede was onderpand van een rente, geen bewezen eigen hofstede. Jan wordt hier niet uitdrukkelijk koopman of geldschieter genoemd.

Familiebanden en afscheid

De staat bevestigt Jan en Lijsbette als echtpaar en Gillis als Lijsbettes vader. De erfgenamen blijven naamloos. Lauwers Christiaens wordt bij de waardering vermeld; die vermelding alleen legt geen verwantschap vast. De uitvaartkosten, missen en giften tonen de zorg voor Lijsbettes begrafenis en zielenheil.

Onzekere lezingen en te controleren cijfersWerkpunten voor vergelijking met de scans
OnderdeelControlepunt
AanhefHoedanigheid van de aanwezigen en de laatste vrouwennaam.
2 tegenover 375 lijnen of 5 gemeten bij de eerste partij.
3 tegenover 3750 of 100 roeden bij het Beernemse perceel.
4 tegenover 28 en 30Ponden of schellingen voor de Sint-Donaascijns.
5Huisnaam “Vier Hemelskinderen” en oppervlakte 1 gemet 17 roeden.
6Rijshout gewaardeerd op 25-0-0.
16–17Lengten, elprijzen en bedragen van het lijnwaad.
18–20Kledingnamen, mogelijke zilveren kroezen en waarde tweede bedstede.
23–24Vorderingen, post 21-5-0 en subtotaal 28-8-10.
26IJc XIV tegenover de omzetting 241.
34–35Aandelen, lasten en het netto-erfdeel.
36Volledige datum en precieze regeling van de issuwe.
Boekstuk: een huishouden bij Sint-Kruis in 1538Doorlopend verhaal op basis van de staat van goed

In 1538 werd na het overlijden van Lijsbette van Houtte, dochter van Gillis, een uitvoerige staat opgemaakt van de goederen die zij met haar echtgenoot Jan Van Landschoot had bezeten. Hoewel het document onder Jans naam werd opgesteld, was hij de achterblijvende echtgenoot. De inventaris moest vastleggen welke goederen aanwezig waren, welke schulden nog moesten worden betaald en wat aan de erfgenamen van Lijsbette toekwam. Hun namen worden in het aangeleverde fragment niet genoemd.

De staat biedt een gedetailleerde blik op het leven van het echtpaar. Hun huishouden was nauw verbonden met de landbouw rond Sint-Kruis, maar bezat ook belangen in Beernem, een huis in Brugge en een rente op een hofstede in Oostkamp. Eigen grond, cijnsrechten, gepachte akkers en graslanden vormden samen de basis van hun bestaan.

Een deel van het grondbezit was tijdens het huwelijk verworven. In Sint-Kruis, binnen de heerlijkheid Sijsele, lag vrijland, met daarnaast proostland en een stukje grond in de boomgaard van de hofstede. Ook in Beernem bezaten Jan en Lijsbette gezamenlijk verworven land. Andere Beernemse goederen waren van Lijsbette afkomstig. Van een perceel van één gemet behoorde een vierde tot haar erfgoed; daarnaast worden een klein stukje bos en twee gemeten voormalig bos genoemd. Zo maakt de inventaris onderscheid tussen wat het echtpaar samen had opgebouwd en wat Lijsbette uit haar eigen familiebezit had ingebracht.

Het centrum van het bedrijf was een hofstede met woonhuis, schuur, paardenstal, koeienstal en varkensstal. Deze gebouwen werden samen op veertig pond groten geschat. Zij stonden op vijfenzeventig roeden cijnsgrond van Sint-Donaas. Rond het hof groeiden bomen en hagen; in de boomgaarden stonden appelbomen en een notelaar. Langs de hofwal werden opgaande bomen afzonderlijk gewaardeerd. Ook tronken, rijshout, brandmateriaal en de mestvoorraad kregen een plaats in de rekening.

De veestapel toont dat het om een aanzienlijk landbouwbedrijf ging. Er waren vijf merries, waarvan één vermoedelijk met een veulen, dertien melkkoeien, zes andere runderen en drie jonge kalveren. Vier runderen liepen in het Malenbos; voor hun beweiding stond nog een bedrag open bij de kapitein van Male. Verder hield het huishouden twee varkens, veertien hennen en een haan.

De melkkoeien dienden niet alleen voor het eigen verbruik. Onder de vorderingen stond een bedrag dat de vrouw van Cornelis van Wilsberghe nog wegens geleverde melk moest betalen. De karn, roomzeef en het botervaatwerk in de woning sluiten daarbij aan. Zuivelproductie maakte duidelijk deel uit van de bedrijfsvoering.

Naast het vee vermeldt de inventaris verschillende wagens, beslagen wielen, twee ploegen, een eg en paardentuig. In de schuur en op het hof lagen graan, bonen, schoven en hooi. Op het land stonden nog koren, haver, gerst, hooigras en andere gewassen. Een afzonderlijke post betrof kolen op grond van de dis van Sint-Kruis.

De ligging van verscheidene akkers wordt beschreven ten opzichte van Lambert van Belle, een straatje langs zijn bezit en het kerkhof van Sint-Kruis. Deze kleine plaatselijke aanduidingen brengen het landschap rondom het bedrijf dichterbij. De gewassen werden gewaardeerd met rekeninghouding met de landpacht: het ging om de waarde die daarboven voor de boedel overbleef.

Jan en Lijsbette bewerkten meer grond dan zij zelf bezaten. De schuldrekening noemt pachten aan de weduwe Maerten Galle, Gillis Ameije, Sint-Donaas en verschillende kerkelijke instellingen van Sint-Kruis. Sommige betalingen betroffen bouwland, andere graslanden of cijnzen. De talrijke posten mogen niet zonder meer worden opgeteld tot één bedrijfsoppervlakte, omdat dezelfde grond op verschillende plaatsen in de staat kan terugkeren.

Naast de hofstede werd een huis bij de Kruispoort in Brugge beschreven, waarvan de naam voorlopig als “de Vier Hemelskinderen” is overgeleverd. Het werd op vierendertig pond groten gewaardeerd. Elders in de rekening komt Jan Loys voor als schuldenaar wegens huishuur. Of zijn huur precies op dit huis betrekking had, wordt niet uitdrukkelijk gezegd.

De woning zelf was behoorlijk ingericht. In de keuken stonden tafels, stoelen en een voorraadkast. Rond de haard lagen tangen, roosters, spitten en ander kookgereedschap. Er waren koperen en andere metalen potten, grote en kleine ketels, braadpannen, zeven en een mortier. Vlees hing in de keuken; in de kelder stonden kuipen, potten en boterschotels.

In de kamer bevonden zich kussens, kandelaars, kisten, een kleerkast en bedden met lakens, dekens en gordijnen. Een tafereel met een crucifix en een paternoster behoren tot de persoonlijke en religieuze voorwerpen die de schatters noteerden. Ook een stalen boog werd vermeld, mogelijk een kruisboog, al laat de transcriptie geen zekere identificatie toe.

Opvallend is de hoeveelheid linnen. De staat somt niet alleen paren lakens, servetten en hoofddoeken op, maar ook talrijke stukken lijnwaad die per el werden gewaardeerd. Deze voorraad vertegenwoordigde een afzonderlijk deel van het huishoudelijke vermogen. De bron vertelt evenwel niet of de stof uitsluitend voor eigen gebruik bestemd was of ook werd verwerkt of verkocht.

Boven de keuken lagen nog vier bedden met hun dekens en lakens. Zelfs in de paardenstal werden twee bedden opgenomen. Mogelijk vonden daar mensen die op het bedrijf werkten hun slaapplaats, maar de inventaris noemt geen bewoners of knechten bij naam.

De financiële rekening toont dat het huishouden meerdere bronnen van inkomsten had. Er stonden bedragen open voor melk, graan, hout en huishuur. Uit het sterfhuis van Jans moeder moest nog geld worden ontvangen. Daarnaast bezat de boedel een jaarlijkse losrente van twintig schellingen groten, met een kapitaalwaarde van zestien pond, gevestigd op een hofstede met twintig gemeten land in Oostkamp. Deze hofstede diende als zekerheid voor de rente; de staat noemt haar niet als rechtstreeks grondbezit van Jan.

Daartegenover stonden schulden voor het landbouwbedrijf en voor geld dat anderen toekwam. De kinderen van Jan, zoon van Loijs Van Ghistele, hadden een belangrijke vordering op de boedel. Verder moesten de smid, een leverancier van paardentuig, pachtheren en andere schuldeisers worden betaald. Ook de opmaak van de staat bracht kosten mee.

De laatste afdelingen brengen Lijsbettes overlijden dichterbij. Zij vermelden het waken, de begrafenis en de uitvaart, met uitgaven voor brood, bier, kippen en pasteien. Kapelaans droegen het lichaam; gilden of broederschappen waren bij de kerkelijke plechtigheden betrokken. Er werden zielenmissen opgedragen en giften gedaan aan kerkelijke en andere begunstigden. Ook over de kleding die Lijsbette dagelijks had gedragen, had zij een beschikking getroffen.

Ten slotte werd de boedel afgerekend tussen Jan en de erfgenamen van zijn vrouw. De overgeleverde cijfers zijn op dit punt te tegenstrijdig om hun aandelen en het uiteindelijke erfdeel met zekerheid te berekenen. Wel blijkt dat men de gewone schulden en de testamentaire lasten afzonderlijk behandelde. Een aanvullende notitie vermeldt bovendien een recht van issuwe in verband met erfgenamen die buiten het betrokken rechtsverband vielen.

Ondanks de beschadigde woorden en onzekere bedragen blijft het beeld van het huishouden helder. Jan Van Landschoot en Lijsbette van Houtte beschikten over een goed uitgerust landbouwbedrijf met een belangrijke melkveetak, aangevuld met grondbezit, een stedelijk huis en rente-inkomsten. Hun staat van goed bewaart ook de tastbare omgeving waarin zij hadden geleefd: de paarden voor de wagens, de koeien en het zuivelgerei, de gewassen rond Sint-Kruis, de voorraad linnen en de bedden verspreid door het huis en de bedrijfsgebouwen.

Bron en verantwoordingArchiefverwijzing uit de aangeleverde voorbeeldpagina

Bronvermelding uit de voorbeeldpagina: SAB, derde reeks 1135–1341, Proosdij van St.-Donaas — staat van goed van Jan Van Landschot en Lijsbette Van Houtte.

Bewerking op basis van de aangeleverde transcriptie van 37 onderdelen. De oorspronkelijke scans zijn bij deze HTML-bewerking niet opnieuw gelezen. De archiefverwijzing is overgenomen uit de voorbeeldpagina; een precieze inventaris- en folioaanduiding is hier niet onafhankelijk vastgesteld.

Bedragen en onzekere woorden zijn herkenbaar behouden. Verklaringen en vermoedens zijn van de hertaling onderscheiden. Er worden geen ontbrekende verwantschappen of sluitende boedeltotalen gereconstrueerd.