Jan Van Landschot en Lijsbette Van Houtte
Staat van goed van 1538 · Sint-Kruis, Sijsele, Beernem en Brugge
Na het overlijden van Lijsbette Van Houtte, dochter van Gillis, werd het huishouden beschreven dat zij met Jan Van Landschot had gevormd. Jan bleef als langstlevende achter. De staat bevat gronden, gebouwen, vee, gewassen, huisraad, linnen, geld, vorderingen en schulden.
Klik op een onderdeel om het te openen. De hertaling volgt de onderdelen van de transcriptie. De verklaring en het doorlopende boekstuk staan apart.
Ontbrekende woorden blijven zichtbaar. De slotrekening bevat tegenstrijdigheden: haar bedragen zijn geen gecontroleerde erfverdeling.
Wie is wie?Echtpaar, erfgenamen en personen bij de waardering
De overledene is Lijsbette Van Houtte, dochter van Gillis. Haar echtgenoot Jan Van Landschot leeft nog en treedt op als de bezitter. De titel van de staat mag dus niet als een overlijdensvermelding van Jan worden gelezen.
| Persoon | Hoedanigheid en zekerheid |
|---|---|
| Jan Van Landschot / Van Landschoot / Van Lantscoote | Langstlevende echtgenoot. Zijn vadersnaam ontbreekt in het aangeleverde fragment. |
| Lijsbette Van Houtte, filia Gillis | Overleden echtgenote van Jan; bezit onder meer erfgoederen in Beernem. |
| Gillis Van Houtte | Vader van Lijsbette; geen verdere gegevens in deze staat. |
| Kinderen en erfgenamen van Lijsbette | De slotrekening noemt kinderen en erfgenamen, zonder namen of aantal. |
| De voogden | Sluiten in onderdeel 26 een overeenkomst met Jan over een bate van 10 pond; daar niet bij naam genoemd. |
| Lauwers Christiaens | Genoemd bij de waardering; geen bewezen verwantschap of voogdij in deze passage. |
| Pieter Slabbaert | Genoemd bij de waardering. Een latere schuldeiser Slabbaert is niet zonder meer dezelfde persoon. |
| Jan van den Eeckhoute | Genoemd bij de waardering; geen verwantschap opgegeven. |
| Janneken Speelmans | Genoemd bij de waardering; precieze hoedanigheid niet volledig duidelijk. |
| “Vrouwe Petrus Coop / vrouwe” | Onzekere persoonsaanduiding; mogelijk de vrouw van Pieter/Petrus Coop. |
| De moeder van Jan Van Landschot | Haar sterfhuis moet nog 6-3-1 aan de boedel betalen. Haar naam ontbreekt. |
| Jan, zoon van Loijs Van Ghistele | Andere Jan. Zijn kinderen hebben een vordering van 19-18-0 op deze boedel. |
| Lambert van Belle | Plaatselijke referentie bij landbouwgronden. Voornaam gedeeltelijk aangevuld in de transcriptie. |
| Pieter van Westvoorde | Vermeld bij een cijnsrecht of perceel; precieze verhouding onduidelijk. |
Deze staat bewijst het echtpaar en Lijsbettes vadersnaam. De namen van hun kinderen en Jans aansluiting bij een oudere generatie zijn hieruit niet vast te stellen. Economische contacten zijn niet automatisch familieleden.
Leeswijzer: geld, land en juridische begrippenUitleg bij de rekening en de oude woorden
Bedragen blijven in de vorm pond–schelling–groot: 1 pond groten = 20 schellingen; 1 schelling = 12 groten. Zo betekent 0-30-0 dertig schellingen, of 1 pond 10 schellingen. Een dergelijke niet-herleide notatie hoeft geen fout te zijn.
Voor de landmaten geldt hier: 1 gemet = 3 lijnen = 300 roeden; één lijn is 100 roeden. De oorspronkelijke maten blijven behouden. Onderdeelnummers verwijzen naar de aangeleverde transcriptie, niet naar vastgestelde folio’s.
| Term | Betekenis |
|---|---|
| Sterfhuis | De na een overlijden beschreven en afgerekende boedel, niet uitsluitend de woning. |
| Bezitter | Hier Jan, de langstlevende die de boedel onder zich heeft; niet noodzakelijk uitsluitend eigenaar van alle goederen. |
| Conquest | Tijdens het huwelijk verworven goed. |
| Patrimonie van de overledene | Erfgoed van Lijsbette. Het woord bepaalt niet van welk familielid het afkomstig is. |
| Cijnsland | Grond waarop gebruiks- of bezitsrechten rusten tegenover een jaarlijkse cijns; de titel bepaalt de voorwaarden. |
| Proostland | Grond binnen het rechts- en lastenverband van een proosdij; niet zonder meer vrij eigendom. |
| Catheylen | Hier een boedelcategorie met huisraad en vee, maar ook gebouwen, bomen en andere bedrijfsbestanddelen. |
| Groene vruchten | Nog te velde staande gewassen en grasopbrengsten. |
| Inschulden | Vorderingen: geld dat anderen aan de boedel moeten betalen. |
| Uitschulden | Schulden die de boedel zelf moet betalen. |
| Aeldinghers | Erfgenamen; geen aanduiding van hun precieze verwantschap. |
| Losrente, penning 16 | Aflosbare rente; kapitaal zestienmaal de jaaropbrengst, rekenkundig 6,25% per jaar. |
| Commeren en lasten | Schulden, verplichtingen en kosten. |
De bron rekent gebouwen en bomen onder de catheylen. Haar indeling wordt daarom niet vervangen door een strikt modern onderscheid tussen roerend en onroerend goed. Ontbrekende woorden worden niet stilzwijgend aangevuld.
Hertaling van de aanhefOnderdelen 1–2
Hier volgt de staat van de achtergebleven goederen van Jan Van Landschoote en Lijsbette, dochter van Gillis van Houtte, zijn overleden echtgenote, zaliger gedachtenis.
De goederen zijn gewaardeerd met tussenkomst van Lauwers Christiaens, Pieter Slabbaert, Jan van den Eeckhoute, Janneken Speelmans en een verder onduidelijk aangeduide vrouw. Dit gebeurde met hun instemming en naar hun beste vermogen, op de wijze die hierna wordt beschreven.
De formule rond de waardering en de laatste persoonsaanduiding zijn onvoldoende leesbaar. Deze personen worden daarom niet zonder bijkomend bewijs als beëdigde schatters of voogden omschreven.
Gronden en erfgoedOnderdelen 2–3 · aanvankelijk zonder waardering
| Ligging | Oppervlakte | Rechtstoestand |
|---|---|---|
| Sint-Kruis, heerlijkheid Sijsele | 5 lijnen 34 roeden | Vrijland, tijdens het huwelijk verworven. |
| Aansluitend bij het vorige | 1 gemet 16 roeden | Proostland, tijdens het huwelijk verworven. |
| Boomgaardje van de hofstede | 30 roeden | Tijdens het huwelijk verworven grond. |
| Beernem | 2 gemeten 2 lijnen 50 roeden | Tijdens het huwelijk verworven grond. |
| Beernem | 1 gemet | Drie vierde conquest; één vierde erfgoed van Lijsbette. |
| Beernem | 4 roeden bos | Erfgoed van Lijsbette. |
| Beernem | 2 gemeten | Vroeger bos, afkomstig van Lijsbette; verkrijgingswijze niet nader omschreven. |
Als dit zeven afzonderlijke percelen zijn en de cijfers juist zijn, bedragen zij samen 8 gemeten 2 lijnen 34 roeden.
Dit is een voorlopig totaal. Onderdeel 37 noemt voor de eerste partij 5 gemeten in plaats van 5 lijnen, en voor de vierde partij 100 in plaats van 50 roeden.
Cijnsgronden en jaarlijkse lastenOnderdelen 3–4
| Goed | Last volgens transcriptie | Rechthebbende / toelichting |
|---|---|---|
| 1 gemet 42 roeden | 7 pond groten per jaar | De dis van de kerk van Sint-Kruis bij Brugge; bedrag onzeker. |
| 75 roeden met de hofgebouwen | 2 pond groten per jaar | Sint-Donaas; later tweemaal 2 schellingen per jaar genoemd. |
| Cijns bij Pieter van Westvoorde | 2 pond groten per jaar | Samenhang met vererving onvolledig leesbaar; precieze rechthebbende onzeker. |
Op de 75 roeden van Sint-Donaas staan de gebouwen van het sterfhuis. De latere vermelding van 2 schellingen maakt de eerste lezing “2 pond” twijfelachtig. De latere grondcijns van 8 schellingen aan de dis kan niet zonder meer met de eerste post worden gelijkgesteld.
Hofstede, bomen en voorradenOnderdelen 5–7
| Goed | Hertaling / toelichting | Bedrag |
|---|---|---|
| Woonhuis en bedrijfsgebouwen | Woonhuis, schuur, paardenstal, koeienstal en varkensstal. | 40-0-0 |
| Huis bij de Kruispoort in Brugge | Naam voorlopig gelezen als “de Vier Hemelskinderen”. | 34-0-0 |
| Tronken en appelbomen | Op cijnsgrond van 1 gemet 17 roeden; vervolg over pachtland onduidelijk. | 3-10-0 |
| Boomgaard en hagen | Fruitbomen, andere bomen en hagen van het hof. | 0-30-0 |
| Mest | Mestvoorraad op het hof. | 0-8-0 |
| Bomen aan de hofwal | Vermoedelijk 21 opgaande bomen. | 0-35-0 |
| Overige bomen | 16 tronken, 4 appelbomen, een notelaar en een ontbrekend gewas of boomtype. | 0-12-0 |
| Graan en bonen | Moeilijk leesbare voorraadpost met koren, gerst en bonen; hoeveelheid en tarief onzeker. | 4-0-0 |
| Rijs | Hoop rijshout, ongeveer duizend eenheden volgens de lezing; plaatsaanduiding onzeker. | 25-0-0 |
| “Fasolen” | Hoopje op het hof; woord en hoeveelheid onzeker. | 0-5-0 |
| Braam- en brandmateriaal | Een “braemtinne” met ander brandmateriaal achter het hof. | 0-8-0 |
| Bonen en hooi | Bonen en ongeveer drie voeren hooi; eenheid bij “100 boonen” ontbreekt. | 0-21-0 |
| Schoven | Ongeveer honderd schoven van een onzeker gelezen gewas. | 0-4-0 |
De huisnaam, de oppervlakte 1 gemet 17 roeden en het bedrag van 25 pond voor rijshout vragen controle. “Hofwal” bewijst geen kasteel; de plaatsaanduiding bij het rijshout wordt niet als slotgracht ingevuld.
Werktuigen en veestapelOnderdelen 6–8 · pluimvee in onderdeel 21
| Post | Hertaling | Bedrag |
|---|---|---|
| Wagens en werktuigen | Een “bastaarden” wagen, vermoedelijk twee paar assen, een lange wagen, vier beslagen achterwielen, twee ploegen met toebehoren, twee andere achterwielen, een eg en ijzeren onderdelen. | 0-35-0 |
| Kolen | Eén lijn kolen op cijnsgrond van de dis van Sint-Kruis. | 0-15-0 |
| Vier merries | Met harnassen, wagenzelen en verder onduidelijk toebehoren. | 18-0-0 |
| Vijfde merrie | Met een “cachler”, vermoedelijk een veulen. | 4-16-0 |
| Melkvee | Dertien melkkoeien en twee runderen. | 20-10-0 |
| Runderen in Male | Vier runderen die in het Malenbos lopen. | 0-30-0 |
| Kalveren | Drie melkdrinkende kalveren. | 0-4-0 |
| Varkens | Twee varkens. | 0-16-0 |
| Pluimvee, later vermeld | Veertien hennen en één haan; niet bij subtotaal I geteld in deze presentatie. | 0-3-0 |
Opgegeven som: I: 137-12-0, voor de afdeling gebouwen, agrarische goederen en vee in onderdelen 5–8. Niet als gecontroleerd totaal te lezen.
De lijst noemt 5 merries, mogelijk 1 veulen, 13 melkkoeien, 6 overige runderen, 3 kalveren en 2 varkens. De latere melkfactuur bevestigt dat melk ook tegen betaling werd geleverd.
Groene vruchten: gewassen op het veldOnderdelen 9–10
De gewassen worden gewaardeerd boven de landpacht: de opbrengstwaarde wordt dus met rekeninghouding met de pacht beschreven.
| Ligging | Oppervlakte en gewas | Bedrag |
|---|---|---|
| Achter Lambert van Belle, zuidoost van de kerk van Sint-Kruis | 11 lijnen hooigras met oostelijk aansluitend koren; tarief 9 schellingen met onduidelijke rekeneenheid. | 0-29-0 |
| Achter Lambert van Belle | 2 gemeten 50 roeden in drie stroken; onderlinge omschrijving onvolledig. | 0-8-0 |
| Noordwest van het straatje langs Lambert van Belle | Ongeveer 5 gemeten haver en hooigras; tarieven 6 en 9 schellingen. | 0-40-0 |
| Achter de hofstede | Ongeveer 6 gemeten koren, “vetten” en gerst; “vetten” mogelijk wikken. | 2-13-6 |
| Tussen het vorige stuk en het kerkhof van Sint-Kruis | 6 gemeten 2 lijnen koren; 10 schellingen per gemet boven de pacht. | 3-6-8 |
Opgegeven som: II: 9-16-2. Niet als gecontroleerd totaal te lezen.
De laatste post klopt rekenkundig: 6⅔ gemet × 10 schellingen = 3-6-8. De vijf oppervlakten tellen op tot 23 gemeten 1 lijn 50 roeden.
Dit is geen bewezen totale bedrijfsoppervlakte. Dezelfde grond kan ook bij eigendom, cijnzen of pachtschulden voorkomen.
Huisraad, keuken en kelderOnderdelen 10–14
| Voorwerpen | Bedrag |
|---|---|
| Karn, roomzeef en twee maten | 0-2-0 |
| Twee tonnetjes, vier tonnen, een “fruitelvat” en twee stoelen | 0-2-0 |
| Kan, vermoedelijk een zeef en een kuipje | 0-2-0 |
| Een “lysekan”, onzeker voorwerp | 0-2-0 |
| Twee “spaen”, een “haecx” en een pot | 0-21-0 |
| Boven de kelder: onvolledige notitie | “6-0” |
In de keuken
| Voorwerpen | Bedrag |
|---|---|
| Onzeker meubel, tafel, glazenbord en vermoedelijk handdoekhouder | 0-4-0 |
| Bed met een koordenbodem | 0-4-0 |
| “Windtweech”, zetel en twee stoelen | 0-19-0 |
| “Trishouc”, vermoedelijk een meubel | 0-2-0 |
| Schapraai of voorraadkast | 0-2-0 |
| Lat met vier hangijzers | 0-3-0 |
| Tang, schop, haardijzer, rooster, potondersteuning en andere haardwerktuigen | “02-0” |
| Twee lantaarns, mand, “kerschcorf”, mortier, twee zeven, potten en kannen | 0-12-0 |
| Twee pannen met stelen en een rooster | 0-16-0 |
| Twee spitten, vermoedelijk vetopvangbak en rooster | 0-2-0 |
| Pot met deksel | 0-2-0 |
| Twee braadpannen | 0-2-0 |
| Koperen pot met deksel | 0-4-0 |
| “Witten aker”, vermoedelijk metalen emmer, en ketel | 0-2-0 |
| Zwarte ketel en “vispaen”, vermoedelijk schuim- of schepspaan | 0-2-0 |
| Twee handvaten, vermoedelijk vaatwerk voor water of handenwassen | 0-2-0 |
| Een ontbrekende post op de kopie | Niet overgeleverd |
| Metalen pot en ketel | 0-3-0 |
| Metalen pot en “halve panne” | 0-3-0 |
| Ketel met onduidelijk toebehoren | 0-2-6 |
| Grote ketel | 0-5-0 |
| Drie kleine ketels | 0-3-6 |
| Nog een grote ketel | 0-3-0 |
| Twee ketels en een vuurpan | 0-4-0 |
| “Lawe”, onduidelijk | 0-3-0 |
| Koperen pot | 0-3-0 |
| Metalen pot | 0-3-0 |
| Twee komforen en onvolledig genoemd voorwerp | 0-3-0 |
| Vier kandelaartjes | 0-12-0 |
| Hangend vlees; “twaeken” mogelijk stukken of zijden vlees | 0-10-0 |
In de kelder
| Voorwerpen | Bedrag |
|---|---|
| Drie potten, boterschotels en klein huisraad | 0-12-0 |
| Drie kuipen | 0-12-0 |
Opgegeven som: III: 5-12-10. Niet als gecontroleerd totaal te lezen.
Kamer, beddengoed en lijnwaadOnderdelen 14–17
| Voorwerpen | Bedrag |
|---|---|
| Vier kandelaars met kaarsen en vermoedelijk wijwatervat | 0-4-0 |
| Twee haardijzers | 0-2-6 |
| Stalen boog, twee messen en onduidelijk voorwerp | 0-2-4 |
| Vijf zitkussens | 0-4-0 |
| Vier hoofdkussens | 0-4-0 |
| Nog vier hoofdkussens | 0-3-0 |
| Twee “dresschoverwaen”, vermoedelijk textiel of bedbekleding | 0-4-0 |
De stalen boog kan een kruisboog zijn, maar de identificatie blijft onzeker.
Lakens en huishoudlinnen
| Posten in bronvolgorde | Bedragen in dezelfde volgorde |
|---|---|
| Een paar lakens, nog een paar, nog een paar, drie linnen lakens, nog een paar en nog een paar | 0-3-0; 0-2-0; 0-2-0; 0-2-0; 0-2-0; 0-2-0 |
| Twee paar linnen lakens | 0-20-0 |
| Zeven verdere paren linnen lakens | 0-12-0; 0-4-0; 0-5-0; 0-4-0; 0-4-0; 0-3-0; 0-2-0 |
| Kort lijnwaad | 0-12-0 |
| Acht “slavetten”, vermoedelijk servetten | 0-4-6 |
| Tien servetten | 0-4-0 |
| Drie afzonderlijke “strolakens” | 0-3-0; 0-3-0; 0-5-0 |
| Nog linnen lakens | 0-2-0 |
| Zeven hoofddoeken of hoofdbedekkingen | 0-8-0 |
| Hoopje lijnwaad | 0-3-0 |
| Hoopje kleine of afgedragen zaken | 0-12-0 |
Stukken lijnwaad per el
| Lengte | Tarief per el | Genoteerd bedrag |
|---|---|---|
| 11 ellen | Niet vermeld | 5-6-0 |
| 34 ellen | 6 groten | 0-17-0 |
| 34 ellen | 7 groten | 0-17-0 |
| 14 ellen | 6 groten | 0-32-0 |
| 36 ellen | 6 groten | 0-18-0 |
| 27 ellen | 6 groten | “0-130” |
| 14 ellen | 6 groten | 0-12-0 |
| 13 ellen | 6 groten | 0-12-0 |
| 24 ellen | 6 groten | 0-13-6 |
| 24 ellen | 6 groten | 0-12-0 |
| 29 ellen | 5 groten | 0-12-2 |
| 23 ellen | 6 groten | 0-11-6 |
| 22 ellen | 6 groten | 0-15-6 |
| 27 ellen | 6 groten | 0-23-0 |
| 46 ellen | 6 groten | 0-23-0 |
| 50 ellen | 7 groten | 0-29-2 |
| 26 ellen | 6 groten | 0-13-0 |
| 38 ellen | 6 groten | 0-19-0 |
| 21 ellen | 6 groten | 0-10-11 |
| 23 ellen | 5 groten | 0-13-9 |
| 49 ellen groen lijnwaad | 4 groten | 0-18-5 |
Verscheidene berekeningen kloppen niet: 34 ellen × 7 groten geeft 0-19-10; 14 ellen × 6 groten geeft 0-7-0. Zonder origineel valt niet te bepalen of de lengte, het tarief of het bedrag verkeerd is gelezen. De voorraad bewijst geen beroep als wever of linnenhandelaar.
Kleding, persoonlijke voorwerpen en meubilairOnderdelen 18–20
De eerste drie posten van onderdeel 18 zijn sterk verbasterd: een rood en twee blauwe voorwerpen, “rondomme beslegen”, voor 0-0-2, 0-15-0 en 0-14-0. Zij worden niet als kannen of kledingstukken geïdentificeerd zonder de afbeelding.
| Voorwerpen | Bedrag |
|---|---|
| “Drie zelven croesen”, mogelijk zilveren kroezen | 0-4-0 |
| Een “scorthaeck” | 0-2-0 |
| Nog een “scorthaeck”, met mogelijk gouden versiering | 0-4-6 |
| Vrouwenkleed met onduidelijk toebehoren | 0-20-0 |
| Zwart zomerkleed voor een vrouw | 0-14-0 |
| Zwarte “cuers”, vermoedelijk kledingstuk | 0-9-0 |
| Nog een onvolledig beschreven “cuers” | 0-8-0 |
| “Clocke” met ontbrekend woord, mogelijk mantel | 0-10-0 |
| Twee paar mouwen en vier kraagjes | 0-3-0 |
| Twee messen en twee vergulde “ooghen” | 0-4-0 |
| Paternoster, een gebedssnoer | 0-2-0 |
| Twee paar kousen en een paar mouwen | 0-2-0 |
| Kaproen | “I0-4-6” |
| Allerlei overige zaken | 0-12-0 |
| “Lys” met twee lakens | 0-4-0 |
| Onvolledig gelezen voorwerp | 0-7-0 |
| Tafereel met crucifix | 0-6-6 |
| Bedstede met bed, dekens, gordijnen en twee linnen lakens | 0-36-0 |
| “Leys” met tafel | 0-10-0 |
| “Trisschout” met kandelaars | 0-6-0 |
| Kleerkast | 0-12-0 |
| Twee kisten, een zetel en een stoel | 0-10-0 |
| Bedstede met bed, deken, twee rode gordijnen en een paar lakens | 0-2-0 |
| Rood gevoerd “bayken”, vermoedelijk kledingstuk | 0-2-0 |
Opgegeven som: IV: 27-15-9. Niet als gecontroleerd totaal te lezen.
Het lage bedrag bij de tweede uitgeruste bedstede, de mogelijke zilveren kroezen en verschillende kledingnamen verdienen controle. “Cuers” wordt niet zonder bewijs als korset vertaald.
Bovenvertrekken en paardenstalOnderdelen 20–21
| Ruimte / post | Inhoud | Bedrag |
|---|---|---|
| Boven de keuken | Twee bedden met dekens en linnen lakens. | 0-16-0 |
| Boven de keuken | Nog twee bedden met dekens en linnen lakens. | 0-16-0 |
| Boven de keuken | “Zalve”, strogereedschap en overige zaken; onzeker. | 0-4-0 |
| Boven de kamer | Vier hoed rogge en nog een onvolledig genoemde hoedmaat. | 0-18-0 |
| Paardenstal | Twee bedden met dekens en linnen lakens. | 0-20-0 |
| Zelfde afdeling | Veertien hennen en een haan. | 0-3-0 |
| Onzekere voorraad | “26 …” tegen 7 groten per pond. | 3-3-0 |
| Onzekere voorraad | “55 kuers” tegen 5 groten per pond. | 0-22-9 |
Opgegeven som: V: 8-2-11. Niet als gecontroleerd totaal te lezen.
De twee voorraadposten zijn niet betrouwbaar te identificeren en de berekeningen sluiten niet aan. De bedden in de stal kunnen slaapgelegenheid voor knechten zijn geweest, maar de tekst noemt geen bewoners of personeelsaantal.
Afzonderlijke kledingwaardering en Oostkampse renteOnderdeel 22
| Goed | Bedrag |
|---|---|
| Onzeker omschreven wambuis en tweede kledingstuk | 0-6-0 |
| Zwarte rok met mouwen | 0-13-0 |
| Onzeker omschreven kleed | 0-12-0 |
| Grauw kleed | 0-10-0 |
| Zwart kleed met zwart laken afgewerkt of gevoerd | 0-20-0 |
| Twee paar kousen | 0-4-0 |
| Zes hemden: vier gefronste en twee ongefronste of “platte” | 0-7-0 |
| Kapitaalwaarde van de losrente | 16-0-0 |
Een jaarlijkse losrente van 20 schellingen groten, tegen de penning 16, is gevestigd op een hofstede met ongeveer 20 gemeten land in Oostkamp. De renteakte berust bij de bezitter. De kapitaalwaarde bedraagt 16 pond.
Opgegeven som: VI: 19-11-0. Niet als gecontroleerd totaal te lezen.
De hofstede is onderpand van de rente. Deze post bewijst niet dat Jan de hofstede met twintig gemeten in eigendom had.
Inschulden: wat de boedel nog moest ontvangenOnderdelen 23–24
| Schuldenaar | Aanleiding | Bedrag |
|---|---|---|
| Heer J. Malfort | Renteachterstand, augustus 1538, op de jaarlijkse losrente van 20 schellingen. | 0-0-2 |
| Vrouw van Cornelis van Wilsberghe | Geleverde melk. | 7-0-0 |
| Christoffel Lammens | Niet nader omschreven. | 0-20-0 |
| Jacobus Broeders | Drie hoed tarwe. | 0-18-0 |
| Weduwe Jan Roels | Wezengoed. | 0-10-0 |
| Mayken, vrouw van Pieter Verpoecke | Niet nader omschreven. | 0-36-0 |
| Onleesbaar genoemde vrouw | Geleverd hout. | 0-2-0 |
| Jan Loys | Huishuur, vervallen augustus 1538. | 3-1-2 |
| Jacob Broeders | Aankoop van koren. | 0-20-0 |
| Sterfhuis van Jans moeder | Nog te ontvangen bedrag. | 6-3-1 |
| Gildebroeders van Sint-Sebastiaan | Aanleiding onvolledig. | 0-0-2 |
| “De goedijnghe vanden proostuaers” | Resterend bedrag; betekenis en plaatsing onzeker. | 21-5-0 |
Opgegeven som: VII: 28-8-10. Niet als gecontroleerd totaal te lezen.
Dit zijn vorderingen, geen uitgaande schulden. De som strookt niet met de afzonderlijke lezingen. Vooral de post 21-5-0 en haar samenhang moeten worden gecontroleerd.
Contant geld en bijkomende bateOnderdelen 25–26
Het begin van de geldlijst ontbreekt gedeeltelijk. Verschillende muntsoorten worden tegen een gemeenschappelijke rekeningseenheid gewaardeerd.
| Muntsoort volgens transcriptie | Bedrag |
|---|---|
| Dubbele dukaten en ontbrekend vervolg | Onbekend |
| Gouden leeuwen en onduidelijke toevoeging | 0-23-0 |
| Zes gouden kronen en onduidelijke toevoeging | 2-6-0 |
| Zestien halve realen | 4-4-0 |
| Negen Philips-guldens | 0-30-0 |
| Gouden gulden, Philips-klinkaart en “gulden mitte” | 0-13-2 |
| Drie Carolusguldens in zilvergeld | 0-10-6 |
| Zes “stockendalen” | 0-30-0 |
| “Vasen” en dubbele stuivers | 4-13-0 |
| “Vierenhalven” | 0-21-0 |
| Stuivers | 0-11-0 |
| Kleingeld van verschillende munten | 0-17-0 |
| Allerlei geld | 5-0-0 |
Opgegeven som: contant geld: 39-2-0. Niet als gecontroleerd totaal te lezen.
Verder sluiten de voogden met Jan een verkoop of overeenkomst over een niet nader herkenbare bate voor 10-0-0.
Het daarna genoteerde totaal “IJc XIV ponden XIX schellingen XII groten” werd als 241-19-12 overgenomen. In gewone Romeinse notatie betekent IJc XIV echter 214, niet 241. Ook daarmee staat het juiste totaal nog niet vast.
Uitschulden, pachten en bedrijfskostenOnderdelen 27–30
| Schuldeiser | Aanleiding | Bedrag |
|---|---|---|
| Kinderen van Jan, zoon van Loijs Van Ghistele | Aan hen toebehorend wezengeld. | 19-18-0 |
| Jan van Steenacker | Beslaan van paarden en ijzerwerk aan wagens. | 0-30-0 |
| Gillis Moens | Zelen, strengen, teugels en vermoedelijk garelen; tot 26 juni 1538. | 0-7-4 |
| “Achte huispote” | Persoon of omschrijving onzeker. | 0-28-0 |
| “… Slabbaert” | Afgerekend tot 26 juni 1538. | 0-16-0 |
| Post over Antwerpen | Onvoldoende leesbare kosten. | 0-12-0 |
| “Tanne mijn … wijf” | Huur of loon, mei 1538. | 2-0-0 |
| “Tanneken mijn … wijf” | Tweede huur- of loonpost, mei 1538. | 0-15-0 |
| Weduwe Maerten Galle | Rest pacht 1537 van 17 gemeten; jaarpacht 6 pond. | 3-0-0 |
| Gillis Ameije | Rest pacht vanaf oogst 1537 van 6 gemeten 2 lijnen; jaarpacht 4 pond. | 2-0-0 |
| Sint-Donaas | Pacht van 8 gemeten; jaarlijks 24 schellingen. | 0-24-0 |
| Sint-Donaas | Cijns op 75 roeden; jaarlijks 2 schellingen, vervallen 1537. | 0-2-0 |
| Lowijs de Ghent, ontvanger van “mijnheer van Reynunnen” | Pacht van 5 lijnen; jaarlijks 10 schellingen. | 0-10-0 |
| Kapitein van Male | Weiden van vier runderen. | 0-15-4 |
| Weduwe Maerten Galle | Drie vierde jaar, 8 gemeten “vette gras”, 10 schellingen per gemet. | 3-0-0 |
| Parochiepriester Sint-Kruis | Drie vierde jaar, 3 gemeten “vette gras”; tarief of bedrag onzeker. | 0-20-0 |
| Dis Sint-Kruis | Drie vierde jaar, 7 gemeten “vette gras”; jaarbedrag gelezen als 23 schellingen 3 groten. | 0-18-2 |
| Dezelfde dis | Drie vierde jaar cijns; jaarlijks 8 schellingen. | 0-6-0 |
| Jan Vulderer, namens het Heilig Sacrament te Sint-Kruis | Grasrecht of graspacht, oogst 1537. | 0-5-6 |
| Dezelfde grond | Drie vierde jaar tot november 1538. | 0-4-12 |
| Sint-Donaas | Drie vierde jaar cijns op 75 roeden tegen 2 schellingen per jaar. | 0-0-18 |
| 2 gemeten 2 lijnen 50 roeden | Grond aan Jan Van Landschoot toegeschreven; jaarlast 20 schellingen, voor drie vierde jaar. | 0-15-0 |
| Opmaak staat | Opmaak en andere boedelkosten. | 2-0-0 |
| Jacob Lammens | Drie vierde jaar gras in boomgaard, jaarlijks 31 schellingen volgens lezing. | 0-20-0 |
Opgegeven som: lasten: 44-8-8. Niet als gecontroleerd totaal te lezen.
De 18 groten bij Sint-Donaas kloppen met drie vierde van 2 schellingen. Bij Jacob Lammens zou drie vierde van 31 schellingen echter 23 schellingen 3 groten bedragen. De kinderen Van Ghistele zijn niet als kinderen van Jan Van Landschoot te lezen.
Waken, begrafenis en uitvaartOnderdeel 31
| Omschrijving | Bedrag |
|---|---|
| Waken en begraven; precieze levering ontbreekt | 0-2-6 |
| Brood | 0-6-0 |
| Twee “volmers” gebakken; vervolg onduidelijk | 0-12-0 |
| Kosten in het “weeshuus” — lezing onzeker — en onduidelijke verse waren | 0-15-0 |
| Onduidelijke voedselpost op de uitvaartdag | 0-4-8 |
| Vijf koppels kippen tegen 5 groten per koppel | 0-2-1 |
| Nog een onduidelijke voedselpost | 0-9-6 |
| Bakken en bereiden van vijf pasteien | 0-3-0 |
| Halve ton bier, met bijkomende kost of waardering | 0-3-10 |
| Brood en bier op de uitvaartdag | 0-5-6 |
De kippenpost klopt: 25 groten = 2 schellingen 1 groot.
Het woord “weduwe” in de beschadigde aanhef van deze afdeling botst met Jans rol als langstlevende. Het wordt niet gebruikt om van Lijsbette Jans weduwe te maken.
Kerkelijke diensten en testamentaire giftenOnderdelen 32–33
| Omschrijving | Bedrag |
|---|---|
| Bijdrage van zeven gilden, met kruisen of uitvaarttoebehoren, tegen 4 groten | 0-2-4 |
| Vier kapelaans die het lijk droegen, ieder 4 groten | 0-0-16 |
| Testamentaire gift aan de kerk van Sint-Kruis | 0-2-0 |
| Twee parochiepriesters van Sint-Anna | 0-2-0 |
| Kapelaans | 0-0-6 |
| “Radraghe”, functie onzeker | 0-0-3 |
| Verdere diensten van priesters, kapelaans en dragers met vier kaarsen | Onvolledig |
Vervolgens worden zeven gilden of broederschappen genoemd: volgens de lezing het Heilig Kruis, Sint-Antonius, Sint-Marc, Sint-Elooi, Sint-Christiaen, Onze-Lieve-Vrouw en het Heilig Sacrament. Enkele namen zijn onzeker. Meestal staat 20 groten, bij Sint-Elooi 20 schellingen; dit verschil blijft te controleren.
| Verdere diensten en giften | Bedrag |
|---|---|
| Gezongen mis; samenhang met vorige posten onzeker | 0-3-0 |
| Dertig zielenmissen | 0-13-0 |
| Zes “pusse messen”, betekenis onzeker | 0-10-0 |
| Via de dis voor dertig personen, vermoedelijk elk 3 groten | 0-7-6 |
| Testamentaire gift met onduidelijke begunstigde | 0-11-0 |
| Gift met vermelding van Sint-Anna; begunstigde onduidelijk | 0-8-0 |
| Lijsbettes dagelijkse kleding; begunstigde of afwikkeling ontbreekt | Geen duidelijk afzonderlijk bedrag |
Opgegeven som: 7-2-4, in de slotafrekening aangeduid als het gehele testament. Niet als gecontroleerd totaal te lezen.
Niet met zekerheid is te bepalen welke voorafgaande uitvaartkosten in deze som zitten. Betrokkenheid van zeven gilden bewijst geen lidmaatschap van alle zeven.
Slotbalans en erfverdelingOnderdelen 34–35 · cijfers niet sluitend
De baten en gewone lasten worden tussen Jan en de erfgenamen van Lijsbette verdeeld. De testamentaire lasten komen afzonderlijk ten laste van de erfgenamen. De twee overgeleverde versies verschillen echter en laten geen sluitende berekening toe.
| Element | Overgeschreven gegevens |
|---|---|
| Totale baten | 215-19-12 |
| Jans aandeel | Eerst vier achtsten; bij de lasten in onderdeel 35 vijf achtsten. |
| Bedrag bij Jans aandeel | 84-19-8 |
| Aandeel erfgenamen | Drie achtsten; genoteerd bedrag 10-19-3. |
| Gewone lasten | 44-7-8, tegenover 44-8-8 in onderdeel 30. |
| Jans aandeel in de lasten | 39-0-0 in onderdeel 34; 29-0-0 in onderdeel 35. |
| Aandeel erfgenamen in de lasten | 15-7-8 |
| Testament | 7-2-4 |
| Totale lasten erfgenamen | 22-10-12 |
| Netto voor de kinderen volgens de transcriptie | 88-9-3 |
88-9-3 is een overgeschreven slotbedrag, geen gecontroleerd erfdeel. Vijf achtsten tegenover drie achtsten is tekstueel mogelijk, maar wordt niet door de bedragen bevestigd. Ook 15-7-8 + 7-2-4 geeft 22-10-0, niet 22-10-12.
Optelling van de overgeschreven subtotalen I–VII, het geld en de bijkomende 10 pond geeft 286-1-6. Dit is geen alternatief boedeltotaal: het signaleert dat cijfers, groepering of transcriptie moeten worden herzien.
Slotnotitie: issuwe en aanvullende grondschattingOnderdelen 36–37
De beschadigde slotnotitie verwijst naar behandeling van Jans staat in de kamer, de costumen, erfgenamen die als “vreemte” worden aangeduid, en issuwe tegen de tiende penning voor 10 pond groten. Het jaar 1538 en de aanwezigheid van baljuw en schepenen zijn herkenbaar; de volledige datum en enkele namen niet.
De vermoedelijke strekking is een regeling van issuwe voor erfgenamen buiten het betrokken rechtsverband. “Vreemd” hoeft niet buitenlands te betekenen. Of het bedrag wordt vastgesteld, toegezegd of betaald, is uit de beschadigde werkwoorden niet veilig af te leiden.
Latere waardering van de landen
| Partij | Oppervlakte in onderdeel 37 | Tarief per gemet |
|---|---|---|
| Eerste partij | 5 gemeten 34 roeden | 6 pond |
| Tweede partij, proostland | 1 gemet 16 roeden | 3 pond |
| Derde partij | 30 roeden | 6 pond |
| Vierde partij, Beernem | 2 gemeten 2 lijnen 100 roeden | 2 pond |
| Vijfde partij | 1 gemet | 2 pond |
| Verdere cijnsgronden | 1 gemet 42 roeden, 75 roeden en nog 1 gemet | Vervolg ontbreekt |
“Frans vande Lande” aan het begin kan een naam zijn, maar ook een verkeerd gelezen titel over de prijs van de landen. Er wordt daarom geen nieuwe persoon op basis van deze woorden toegevoegd. De oppervlakten wijken op twee plaatsen af van de eerste lijst.
Verklaring: wat deze staat ons leertLandbouw, huishouden en familiegeschiedenis
Een gemengd landbouwbedrijf met melkproductie
Dertien melkkoeien, jongvee, een karn, roomzeef en botervaatwerk passen bij de afzonderlijke vordering wegens melkleveringen. Melk werd dus ook tegen betaling geleverd. Paarden, wagens, ploegen, een eg en verschillende gewassen tonen daarnaast akkerbouw en vervoer.
Eigen grond, cijnsgrond en pacht
Het bedrijf rustte op verschillende rechten: tijdens het huwelijk verworven grond, Lijsbettes erfgoed, cijnsgrond en gepachte akkers en weiden. De oppervlakten uit de verschillende afdelingen mogen niet allemaal worden opgeteld: dezelfde grond kan meermaals verschijnen.
De omgeving van Sint-Kruis
Lambert van Belle, het straatje langs zijn bezit en het kerkhof situeren landbouwgrond rond Sint-Kruis. De hofgebouwen stonden op 75 roeden cijnsgrond van Sint-Donaas. Een modern adres kan zonder de oorspronkelijke titels niet worden vastgesteld.
Een goed uitgerust huishouden
De bedden, gordijnen, kisten, kasten, kookgerei en grote linnenvoorraad tonen een behoorlijk ingericht huishouden. Bedden in de paardenstal kunnen op slaapgelegenheid voor arbeidskrachten wijzen. De staat noemt hun aantal of namen niet en bewijst evenmin een textielberoep.
Verschillende inkomsten
Naast melk en graan staan houtleveringen, huishuur, een rente en een vordering op het sterfhuis van Jans moeder genoteerd. De Oostkampse hofstede was onderpand van een rente, geen bewezen eigen hofstede. Jan wordt hier niet uitdrukkelijk koopman of geldschieter genoemd.
Familiebanden en afscheid
De staat bevestigt Jan en Lijsbette als echtpaar en Gillis als Lijsbettes vader. De erfgenamen blijven naamloos. Lauwers Christiaens wordt bij de waardering vermeld; die vermelding alleen legt geen verwantschap vast. De uitvaartkosten, missen en giften tonen de zorg voor Lijsbettes begrafenis en zielenheil.
Onzekere lezingen en te controleren cijfersWerkpunten voor vergelijking met de scans
| Onderdeel | Controlepunt |
|---|---|
| Aanhef | Hoedanigheid van de aanwezigen en de laatste vrouwennaam. |
| 2 tegenover 37 | 5 lijnen of 5 gemeten bij de eerste partij. |
| 3 tegenover 37 | 50 of 100 roeden bij het Beernemse perceel. |
| 4 tegenover 28 en 30 | Ponden of schellingen voor de Sint-Donaascijns. |
| 5 | Huisnaam “Vier Hemelskinderen” en oppervlakte 1 gemet 17 roeden. |
| 6 | Rijshout gewaardeerd op 25-0-0. |
| 16–17 | Lengten, elprijzen en bedragen van het lijnwaad. |
| 18–20 | Kledingnamen, mogelijke zilveren kroezen en waarde tweede bedstede. |
| 23–24 | Vorderingen, post 21-5-0 en subtotaal 28-8-10. |
| 26 | IJc XIV tegenover de omzetting 241. |
| 34–35 | Aandelen, lasten en het netto-erfdeel. |
| 36 | Volledige datum en precieze regeling van de issuwe. |
Boekstuk: een huishouden bij Sint-Kruis in 1538Doorlopend verhaal op basis van de staat van goed
In 1538 werd na het overlijden van Lijsbette van Houtte, dochter van Gillis, een uitvoerige staat opgemaakt van de goederen die zij met haar echtgenoot Jan Van Landschoot had bezeten. Hoewel het document onder Jans naam werd opgesteld, was hij de achterblijvende echtgenoot. De inventaris moest vastleggen welke goederen aanwezig waren, welke schulden nog moesten worden betaald en wat aan de erfgenamen van Lijsbette toekwam. Hun namen worden in het aangeleverde fragment niet genoemd.
De staat biedt een gedetailleerde blik op het leven van het echtpaar. Hun huishouden was nauw verbonden met de landbouw rond Sint-Kruis, maar bezat ook belangen in Beernem, een huis in Brugge en een rente op een hofstede in Oostkamp. Eigen grond, cijnsrechten, gepachte akkers en graslanden vormden samen de basis van hun bestaan.
Een deel van het grondbezit was tijdens het huwelijk verworven. In Sint-Kruis, binnen de heerlijkheid Sijsele, lag vrijland, met daarnaast proostland en een stukje grond in de boomgaard van de hofstede. Ook in Beernem bezaten Jan en Lijsbette gezamenlijk verworven land. Andere Beernemse goederen waren van Lijsbette afkomstig. Van een perceel van één gemet behoorde een vierde tot haar erfgoed; daarnaast worden een klein stukje bos en twee gemeten voormalig bos genoemd. Zo maakt de inventaris onderscheid tussen wat het echtpaar samen had opgebouwd en wat Lijsbette uit haar eigen familiebezit had ingebracht.
Het centrum van het bedrijf was een hofstede met woonhuis, schuur, paardenstal, koeienstal en varkensstal. Deze gebouwen werden samen op veertig pond groten geschat. Zij stonden op vijfenzeventig roeden cijnsgrond van Sint-Donaas. Rond het hof groeiden bomen en hagen; in de boomgaarden stonden appelbomen en een notelaar. Langs de hofwal werden opgaande bomen afzonderlijk gewaardeerd. Ook tronken, rijshout, brandmateriaal en de mestvoorraad kregen een plaats in de rekening.
De veestapel toont dat het om een aanzienlijk landbouwbedrijf ging. Er waren vijf merries, waarvan één vermoedelijk met een veulen, dertien melkkoeien, zes andere runderen en drie jonge kalveren. Vier runderen liepen in het Malenbos; voor hun beweiding stond nog een bedrag open bij de kapitein van Male. Verder hield het huishouden twee varkens, veertien hennen en een haan.
De melkkoeien dienden niet alleen voor het eigen verbruik. Onder de vorderingen stond een bedrag dat de vrouw van Cornelis van Wilsberghe nog wegens geleverde melk moest betalen. De karn, roomzeef en het botervaatwerk in de woning sluiten daarbij aan. Zuivelproductie maakte duidelijk deel uit van de bedrijfsvoering.
Naast het vee vermeldt de inventaris verschillende wagens, beslagen wielen, twee ploegen, een eg en paardentuig. In de schuur en op het hof lagen graan, bonen, schoven en hooi. Op het land stonden nog koren, haver, gerst, hooigras en andere gewassen. Een afzonderlijke post betrof kolen op grond van de dis van Sint-Kruis.
De ligging van verscheidene akkers wordt beschreven ten opzichte van Lambert van Belle, een straatje langs zijn bezit en het kerkhof van Sint-Kruis. Deze kleine plaatselijke aanduidingen brengen het landschap rondom het bedrijf dichterbij. De gewassen werden gewaardeerd met rekeninghouding met de landpacht: het ging om de waarde die daarboven voor de boedel overbleef.
Jan en Lijsbette bewerkten meer grond dan zij zelf bezaten. De schuldrekening noemt pachten aan de weduwe Maerten Galle, Gillis Ameije, Sint-Donaas en verschillende kerkelijke instellingen van Sint-Kruis. Sommige betalingen betroffen bouwland, andere graslanden of cijnzen. De talrijke posten mogen niet zonder meer worden opgeteld tot één bedrijfsoppervlakte, omdat dezelfde grond op verschillende plaatsen in de staat kan terugkeren.
Naast de hofstede werd een huis bij de Kruispoort in Brugge beschreven, waarvan de naam voorlopig als “de Vier Hemelskinderen” is overgeleverd. Het werd op vierendertig pond groten gewaardeerd. Elders in de rekening komt Jan Loys voor als schuldenaar wegens huishuur. Of zijn huur precies op dit huis betrekking had, wordt niet uitdrukkelijk gezegd.
De woning zelf was behoorlijk ingericht. In de keuken stonden tafels, stoelen en een voorraadkast. Rond de haard lagen tangen, roosters, spitten en ander kookgereedschap. Er waren koperen en andere metalen potten, grote en kleine ketels, braadpannen, zeven en een mortier. Vlees hing in de keuken; in de kelder stonden kuipen, potten en boterschotels.
In de kamer bevonden zich kussens, kandelaars, kisten, een kleerkast en bedden met lakens, dekens en gordijnen. Een tafereel met een crucifix en een paternoster behoren tot de persoonlijke en religieuze voorwerpen die de schatters noteerden. Ook een stalen boog werd vermeld, mogelijk een kruisboog, al laat de transcriptie geen zekere identificatie toe.
Opvallend is de hoeveelheid linnen. De staat somt niet alleen paren lakens, servetten en hoofddoeken op, maar ook talrijke stukken lijnwaad die per el werden gewaardeerd. Deze voorraad vertegenwoordigde een afzonderlijk deel van het huishoudelijke vermogen. De bron vertelt evenwel niet of de stof uitsluitend voor eigen gebruik bestemd was of ook werd verwerkt of verkocht.
Boven de keuken lagen nog vier bedden met hun dekens en lakens. Zelfs in de paardenstal werden twee bedden opgenomen. Mogelijk vonden daar mensen die op het bedrijf werkten hun slaapplaats, maar de inventaris noemt geen bewoners of knechten bij naam.
De financiële rekening toont dat het huishouden meerdere bronnen van inkomsten had. Er stonden bedragen open voor melk, graan, hout en huishuur. Uit het sterfhuis van Jans moeder moest nog geld worden ontvangen. Daarnaast bezat de boedel een jaarlijkse losrente van twintig schellingen groten, met een kapitaalwaarde van zestien pond, gevestigd op een hofstede met twintig gemeten land in Oostkamp. Deze hofstede diende als zekerheid voor de rente; de staat noemt haar niet als rechtstreeks grondbezit van Jan.
Daartegenover stonden schulden voor het landbouwbedrijf en voor geld dat anderen toekwam. De kinderen van Jan, zoon van Loijs Van Ghistele, hadden een belangrijke vordering op de boedel. Verder moesten de smid, een leverancier van paardentuig, pachtheren en andere schuldeisers worden betaald. Ook de opmaak van de staat bracht kosten mee.
De laatste afdelingen brengen Lijsbettes overlijden dichterbij. Zij vermelden het waken, de begrafenis en de uitvaart, met uitgaven voor brood, bier, kippen en pasteien. Kapelaans droegen het lichaam; gilden of broederschappen waren bij de kerkelijke plechtigheden betrokken. Er werden zielenmissen opgedragen en giften gedaan aan kerkelijke en andere begunstigden. Ook over de kleding die Lijsbette dagelijks had gedragen, had zij een beschikking getroffen.
Ten slotte werd de boedel afgerekend tussen Jan en de erfgenamen van zijn vrouw. De overgeleverde cijfers zijn op dit punt te tegenstrijdig om hun aandelen en het uiteindelijke erfdeel met zekerheid te berekenen. Wel blijkt dat men de gewone schulden en de testamentaire lasten afzonderlijk behandelde. Een aanvullende notitie vermeldt bovendien een recht van issuwe in verband met erfgenamen die buiten het betrokken rechtsverband vielen.
Ondanks de beschadigde woorden en onzekere bedragen blijft het beeld van het huishouden helder. Jan Van Landschoot en Lijsbette van Houtte beschikten over een goed uitgerust landbouwbedrijf met een belangrijke melkveetak, aangevuld met grondbezit, een stedelijk huis en rente-inkomsten. Hun staat van goed bewaart ook de tastbare omgeving waarin zij hadden geleefd: de paarden voor de wagens, de koeien en het zuivelgerei, de gewassen rond Sint-Kruis, de voorraad linnen en de bedden verspreid door het huis en de bedrijfsgebouwen.
Bron en verantwoordingArchiefverwijzing uit de aangeleverde voorbeeldpagina
Bronvermelding uit de voorbeeldpagina: SAB, derde reeks 1135–1341, Proosdij van St.-Donaas — staat van goed van Jan Van Landschot en Lijsbette Van Houtte.
Bewerking op basis van de aangeleverde transcriptie van 37 onderdelen. De oorspronkelijke scans zijn bij deze HTML-bewerking niet opnieuw gelezen. De archiefverwijzing is overgenomen uit de voorbeeldpagina; een precieze inventaris- en folioaanduiding is hier niet onafhankelijk vastgesteld.
Bedragen en onzekere woorden zijn herkenbaar behouden. Verklaringen en vermoedens zijn van de hertaling onderscheiden. Er worden geen ontbrekende verwantschappen of sluitende boedeltotalen gereconstrueerd.

English
Español
Français