Kathelijne van Landschoot
Staat van Letkin, Grietkin en Susanna, drie kinderen van Cornelius van Schoonacker en een dochter van Symoen Van Landtschoot, met voogden Laurens Van Landtschoot en Willem van Schoonacker — Eeklo, 29 juni 1557.
Dossier Kathelijne van Landschoot
Deze akte betreft Letkin, Grietkin en Susanna, de drie kinderen van Cornelius van Schoonacker, die hij had bij de dochter van Symoen Van Landtschoot. Hun voogden zijn Laurens Van Landtschoot en Willem van Schoonacker. De bron is bijzonder rijk omdat zij niet alleen het aandeel van de kinderen in de hofstede en brouwerij van hun vader vermeldt, maar ook een lange reeks van landerijen, meersen, bussen en andere goederen te Raveschoot en omgeving opsomt.
Belangrijke akte over brouwerij en verspreid grondbezit
Deze bron is bijzonder waardevol omdat zij een zeldzame combinatie toont van erfdelen in een hofstede, een brouwerij met ketels, en een groot aantal verspreide percelen, allemaal grotendeels gemeen met de moeder. Zij laat daardoor zeer mooi zien hoe het familievermogen in het midden van de zestiende eeuw was samengesteld en beheerd.
Op negenentwintig juni vijftienhonderd zevenenvijftig wordt de staat van goed opgemaakt van Letkin, Grietkin en Susanna, de drie kinderen van Cornelius van Schoonacker en de dochter van Symoen Van Landtschoot. De voogden Laurens Van Landtschoot en Willem van Schoonacker brengen over wat deze kinderen hebben verkregen bij het overlijden van hun vader.
Vooreerst ontvangen zij in de hofstede waar hun vader is overleden, elk een twintigste deel, zodat de drie kinderen samen drie delen bezitten, gemeen met Cornelius de Vulder en Laurens Van Landtschoot, ter oorzaak van hun vrouwen, en met hun moeder. De voornoemde hofstede is in het geheel ongeveer één gemet groot, met hun aandeel in de huizen en bomen.
Daarnaast hebben de kinderen ook een erfdeel in de plaats waar de brouwerij op staat. Van acht delen bezitten zij er drie, aan de zuidzijde in het midden, terwijl Cornelius de Vulder en Laurens Van Landtschoot aan de noordhoek liggen tot in de brouwerij. De kinderen bezitten samen met hun moeder rechten in de kleine ketel, terwijl de grote ketel aan de anderen toebehoort. Ook de rest van de huizen en bomen die daar toen stonden, blijft mede in deze verdeling betrokken.
Verder erven zij drie achtste delen in ongeveer zeven gemeten land, gelegen in de Loete, dat in het geheel ongeveer tien gemeten groot is. Ook dit goed blijft gedeeld met hun moeder. Daarna volgt nog een perceel land west over de Lieve, genaamd de Baerelare, groot ongeveer drie gemeten en een half, eveneens gemeen met de moeder.
Nog meer gronden worden opgesomd: twee gemeten als land en bos, genaamd tverheyllegadt, gelegen nabij de Kleemputstraat; twee lijnen meersch in de Moere; een gemet en zestig roeden meersch in de Cleemputte brouck; twee gemeten land genaamd de Calfhaeghe; vier lijnen land upde Acker; twee lijnen land aan de westzijde van diezelfde haag; en een lijn meersch in de Mollevivere.
De akte noemt verder nog twee lijnen en vijfenzeventig roeden land op het Couterkin en in de Baelmeersche, gemeen met hun moeder en Willem van Schoonacker, die daarin in het geheel tweehonderdvijfenzeventig roeden bezit. Daarnaast bezitten de kinderen nog een gemet land te Raveschoot, in Sebastiaen de Rijckens hof, en een lijn land in Alaerts Bilck.
Ook delen zij in wat hun vader bezat bij der oudermeersch, in het Sacramentsbilck, in wat bos bij het Maelestratevelt, en in nog andere percelen in de Bueterhouck, alles gemeen met hun moeder en anderen. Ten slotte komen nog vijf lijnen land voor, gelegen hachtere Moerweeghe, verdeeld in twee partijen en eveneens gemeen met hun moeder.
Al deze voornoemde partijen van erve zijn belast met zulke renten als daar van oudsher uitgaan. Wanneer vervolgens het avelic en cathijlic goed, boven alles en zonder lasten, te gelde wordt gemaakt, bedraagt de som voor deze drie kinderen tweeënveertig pond groten. Deze som blijft rusten onder de moeder, die haar kinderen heeft aangenomen te houden en hen zekerheid doet met het wederdeel naar costume.
Historische duiding
Deze akte is bijzonder belangrijk omdat zij een zeer gedetailleerd overzicht geeft van een familiebezit dat niet alleen uit gewone landerijen bestond, maar ook uit een brouwerij met toebehoren. Zulke vermeldingen van ketels, huizen en bomen maken de bron uitzonderlijk levendig en geven een concreet beeld van het economische leven waarin deze familie actief was.
Voor de familiegeschiedenis is de aanwezigheid van Laurens Van Landtschoot als voogd uiteraard van groot belang. Daarnaast is de vermelding van de nauwe verwevenheid met Cornelius de Vulder en andere mede-erfgenamen waardevol, omdat zij helpt om huwelijkse en familiale verbanden beter te begrijpen.
Topografisch is de akte eveneens rijk. Plaatsnamen zoals de Loete, de Baerelare, tverheyllegadt, de Cleemputte brouck, de Calfhaeghe, de Mollevivere en het Sacramentsbilck tonen hoe uitgebreid en verspreid het familiebezit rond Raveschoot en omgeving was. Zulke details maken de bron bijzonder waardevol voor verdere reconstructie van het lokale landschap.
Opmerking
De formulering de dochter van Symoen Van Landtschoot wijst erop dat de moeder in deze akte niet met haar voornaam wordt genoemd, maar wel duidelijk als dochter van Symoen in de familiekring wordt geplaatst. Voor verdere genealogische reconstructie is dat een belangrijke, zij het indirecte, aanwijzing.
Scan
Bron: SAE, Staet van Goed, request 1009, folio 359, 29 juni 1557.
English
Español
Français