Van Landschoot

800 jaar familiegeschiedenis

1608 — Pieter filius Jan van Lantschoot dood gevonden te Sijsele

Begin juni 1608 werd Pieter filius Jan van Lantschoot, poorter geboren in de parochie Sint-Kruis, dood aangetroffen in de omgeving van Sijsele. De schouwing en getuigenverklaringen tonen een dramatisch verhaal van een schot, een vluchtende man en een soldaat uit het garnizoen van Maldegem.

🕰️ 4/5 juni 1608 📍 Sijsele 👤 Pieter f. Jan van Lantschoot ⚖️ Schouwing 🏰 Garnizoen Maldegem 📜 Wettelijke passeringen 📖 Verhaal 👥 Getuigen 📚 Bron

Dossier Pieter van Lantschoot

De bron noemt het slachtoffer als Pieter filius Jan van Lantschoot, dus Pieter, zoon van Jan van Lantschoot. Hij was poorter en geboren in de parochie Sint-Kruis. In sommige getuigenverklaringen lijkt hij ook aangeduid te worden als Pieter Leese, mogelijk een roepnaam, bijnaam of alternatieve identificatie.

Een lichaam in de schuur van Pieter Vereecke

Op de dag van de schouwing verschenen Daneel le Begue, baljuw, samen met de schepenen Philips Verstrate en Pieter Joossens. In aanwezigheid van Jacob van Lantschot werd het lichaam van Pieter onderzocht. Het lag in de schuur van Pieter Vereecke, op het goed van Spermaillie, binnen de heerlijkheid Sijsele.

De vaststellingen waren duidelijk en hard: Pieter was door kogels getroffen. Eén lood was ingeslagen aan de rechterzijde van de rug en uitgekomen aan de linkerzijde bij de borst. Een tweede verwonding liep vanuit het midden van de rug naar de buikstreek. Het ging dus niet om een natuurlijk overlijden, maar om een gewelddadige dood door schoten.

Een gewelddadige dood

De schouwing vermeldt twee schotwonden met loden kogels. De beschrijving van de verwondingen toont dat de overheid onmiddellijk een gerechtelijk onderzoek liet uitvoeren, met verklaringen van meerdere getuigen uit Sijsele, Maldegem en omliggende plaatsen.

Wat er volgens de getuigen gebeurde

Pieter Vereecke, laat van de heerlijkheid en ongeveer tweeënveertig jaar oud, verklaarde dat hij die vrijdag mest naar zijn land bij het Steene Cruuce had gevoerd. Daar zag hij een man passeren met een rode bovenrok, witte kousen en een wambuis dat aan de mouw hing. Hij droeg ook een klein bijltje of werktuig op de schouder.

Kort daarna kwamen de pastoor en koster van Adegem, samen met Lieven Wouters, bij hem. Zij vertelden dat zij onderweg een man dood hadden zien liggen. Volgens de koster had hij gezien dat de man werd neergeschoten door een soldaat uit de compagnie van kapitein Reijns, die in garnizoen lag op het kasteel van Maldegem.

Omdat het lichaam buiten lag en men vreesde dat het door dieren of wolven zou worden aangetast, werd Pieter Vereecke gevraagd het lichaam naar zijn huis of schuur te voeren. Samen met onder meer Lieven Blondeel en Pauwels Weytinck werd het lichaam op een wagen gelegd en naar de schuur van Vereecke gebracht.

De plaats van aantreffen

Het lichaam lag op een perceel land binnen de heerlijkheid van Male, tiende van de brouwerij, genoemd de Twee Gemeten. Het lag met het aangezicht naar de aarde en met de voeten in het wagenspoor of de wegsleuf. Volgens de getuigen was het lichaam nog warm toen men het vond.

De naam van de soldaat

Bij de poort van het goed Spermaillie ontmoette men Aernout vanden Steene, waard in herberg ’t Zwaenken. Hij verklaarde dat hij had gehoord dat de dader een soldaat uit Maldegem was, genaamd Pauwels. Volgens wat hij vernomen had van kameraden van die soldaat, zou Pauwels gezegd hebben dat hij “een werkman” had doodgeschoten.

Andere getuigen bevestigden dat de dode man beschreven werd als een houtmaker of werkman. De pastoor van Adegem had bij Aernout vanden Steene verteld dat er een ongeluk was gebeurd en dat een man onderweg doodgeschoten was. Toen Aernout hoorde dat de man een bijltje op de schouder droeg, zei hij dat hij hem kende: het was Pieter Leese, die daar nog een half uur had staan praten.

Volgens de verklaring liep Pieter weg nadat Pauwels hem had willen tegenhouden of nog iets vragen. Daarbij zou Pieter zijn werktuig hebben weggeworpen. Pauwels schoot hem vervolgens na met zijn roer, waarna Pieter op de grond viel.

Pauwels’ verklaring achteraf

De dag nadien kwam Pauwels volgens de getuigen opnieuw in de buurt. Toen hem gevraagd werd waarom hij de man van het leven had beroofd, zou hij wenend hebben verklaard dat het hem speet. Hij zei dat hij niet geschoten zou hebben als de man niet was beginnen lopen. Omdat Pieter vluchtte, dacht Pauwels dat hij een spion was.

Historische betekenis

Deze akte is meer dan een overlijdensmelding. Zij bewaart een uitzonderlijk gedetailleerd beeld van een gewelddadig incident in het begin van de zeventiende eeuw: de schouwing, de vindplaats, de kleding van het slachtoffer, de rol van het garnizoen van Maldegem, de vrees voor wolven en dieren, en de verklaringen van mensen uit de onmiddellijke omgeving.

Genealogische waarde

Voor de familiegeschiedenis is vooral de identificatie van belang: Pieter filius Jan van Lantschoot. De vermelding verbindt Pieter rechtstreeks met zijn vader Jan en situeert hem als poorter, geboren te Sint-Kruis. De aanwezigheid van Jacob van Lantschot bij de schouwing kan wijzen op familiale betrokkenheid of nabijheid, al moet die verwantschap voorzichtig worden geïnterpreteerd zolang de bron ze niet uitdrukkelijk benoemt.

Opmerking bij de datum

De titel van deze bijdrage houdt de datum 4 juni 1608 aan. In de getuigenverklaringen komt ook de vrijdag begin juni naar voren. De schouwing en verklaringen behoren duidelijk tot de gebeurtenissen van de eerste dagen van juni 1608.

Bron:

  • Rijksarchief Brugge, Wettelijke Passeringen van de heerlijkheid Sijsele, register 160, folio 131 verso tot folio 134.
  • Dossier: Pieter filius Jan van Lantschoot dood gevonden te Sijsele, juni 1608.
  • Samenvattende hertaling en verhalende bewerking op basis van de oorspronkelijke akte.