Het Goed te Landschoot in Poeke
Een historische studie over het Goed te Landschoot in Poeke, het kasteeltje op de wal, en de mogelijke band met de vroege naamgeschiedenis van de familie Van Landschoot.
Dossier Poeke — Goed te Landschoot
Het Goed te Landschoot in Poeke is belangrijk omdat het een oud leen met een kasteeltje, wal en gracht verbindt met de naam Landschoot. De gegevens lopen van het midden van de vijftiende eeuw tot in de achttiende eeuw en tonen hoe het goed door de eeuwen heen bleef voortbestaan als herkenbaar domein.
Landschoot kasteel
Leins Ghelnoot en het Goed te Landschoot
In 1446 hield Leins Ghelnoot het Goed te Dierdonk en het Goed te Landschoot in leen van de heer van Poeke. Dit leen, met thuus up den wal, was drieëntwintig gemet groot en lag deels op Poeke en deels op Vinkt.
Jan van Sent Thomaes pacht het leen
In de meimaand van 1455 pachtte Jan van Sent Thomaes het leen te Landschoot en te Dierdonk, samen met veertien bunders land, voor twee ponden groten per jaar.
De eigenaar, ridder Lieven van Luns, behield echter het kasteeltje met de wal en de gracht eromheen voor eigen gebruik.
Een kasteeltje vóór het midden van de 15de eeuw
Uit de vermelding van 1455 blijkt dat het kasteeltje te Landschoot toen reeds bestond. Mogelijk is dit domein verbonden met de oudere naamsporen van Van Landschoot die in Ruddervoorde worden vermeld, al blijft dat een onderzoekspiste.
Motte, wallen, neerhof en casteelken
Tweehonderd jaar later vernemen we opnieuw meer over het leen te Landschoot. Eigenares Johanna Wauters leende tweehonderd ponden groten op haar leen, dat bestond uit:
eene motte, wallen ende nederhof wel betemmert met een casteelken, huys, schuere ende stallen
Het neerhof met dertien gemet land en weide werd gepacht door de weduwe van Lieven van Renterghem tot kerstavond 1670. Eigenares was toen jonkvrouw Johanna Wouters filia Guillaume. Zowel de motte waarop het kasteeltje stond als het neerhof daarnaast waren omwald.
Het oud Casteelke
Volgens het landboek van 1763 verbleef Pieter Van Leirberghe als pachter op het kasteeltje. Bij dit goed behoorde toen nog vier bunder en tweehonderddrieëndertig roeden, of ongeveer zes en een halve hectare.
Op de Kaart van Ferraris van 1770 is het kasteeltje nog duidelijk te zien. Waarschijnlijk is het in het begin van de negentiende eeuw afgebroken en werd het huidige huis er later in de plaats gebouwd.
In 1786 pachtte Jan Baptiste Van Paemel veertien gemet land, genoemd:
genaemt den Landtschoot ende het oud Casteelke
Advertentie — Gazette van Gend, 11 februari 1773
Tekst van de advertentie
Binnen de Prochie van Poucques op den 17 February 1773 ten twee uren naer middag, in de Herberge den Pauw, bewoond by Joannes Fasseur tot het zelve Poucques, zal gebeuren den absoluten Toeslag van een schoon ende wetgelegen Leen, gehouden van het Leen-Hof der Prochie ende Baronnye van Poucques, dry partyen Land alle t’eenen blokke, groot dry bunderen, gespleten ende deel van het Leen te Landschoot, staende het zelve Leen ten Dienste, Trouwe ende Waerhede ende ten Relieve van 10 ponden Parisis met 20 schelen Parisis voor Kamerlin geld ter dood, ende als het verandert by koop ofte gifte, is het schuldig den X penninghe van dat geld ofte weirde, is relief ende kamerlinge-geld als vooren, en is toch belast met twee schelen parisis ’s jaers, staende als nu op 310 ponden bestaende in groten wisselgeld; de gene van de Conditien willen geinformeerd zijn, konnen hun adresseeren ten komptoire van Sr. Baudeweyn Clement, pryzer ende Costumier tot het zelve Poucques, die aan een ider danof d’inspectie zla verlenen.
De advertentie verscheen in de Gazette van Gend van 11 februari 1773. Zij bevestigt dat het leen te Landschoot in de achttiende eeuw nog als juridische en economische entiteit herkenbaar was.
Google Street View
Bronnen:
- Hoste I. – Stockman L., Geschiedenis van Poeke, Aalter, 1985, p. 36–37 en 83–84.
- Gazette van Gend, 11 februari 1773.
English
Español
Français