Gilles van Lendscote — Douai 1302
Een vroege vermelding van Gilles van Lendscote als hoofdman van de scerres, in de kostenstaat van de Brugse expeditie naar Douai in 1302.
Dossier Gilles van Lendscote
Deze bron uit 1302 is bijzonder interessant omdat zij Gilles van Lendscote plaatst in de context van een Brugse militaire of logistieke expeditie naar Douai. De tekst noemt niet alleen wagens en trekpaarden, maar ook de hoofdmannen van de ambachten die aan de campagne deelnamen.
Brontekst — expeditie naar Douai
Chartre de l’an 1302
De bron wordt aangeduid als Chartre de l’an 1302, zonder exacte dagdatum.
Dit es die cost van den waghene en van den perden die waren in die heruard te Duay.
Het gaat om een uitgavenstaat voor wagens en trekpaarden die gebruikt werden in de expeditie naar Douai. De kapiteins of hoofdmannen van de ambachten die aan deze campagne van eenenveertig dagen deelnamen, worden bij naam genoemd.
Wagens, paarden en ambachten
De Franse beschrijving vermeldt dat de wevers de grootste groep vormden, met veertien kapiteins en honderddrieëndertig paarden. De volders leverden twaalf kapiteins en zevenennegentig paarden; de vishandelaars drie kapiteins en tweeëntwintig paarden.
Daarnaast worden onder meer binnenschippers, kandelaars, kardewaniers en schoenmakers, boursiers en handschoenmakers, kleermakers, leerlooiers, slagers, goudsmeden, metselaars, timmerlieden, wijnmeters, fripiers, smeden, dakdekkers, molenaars, tapijtwevers, dragers, makelaars, barbiers, ververs en fruitverkopers vermeld.
Ook namen tien Zeeuwse kapiteins deel, met zevenenzestig paarden gedurende tweeëntwintig dagen, evenals een kapitein van de witte Tempeliers en kapiteins van zwarte en grijze frokken.
De totale kost van het vervoer, aan één schelling zes denieren per dag per paard, bedroeg 1.867 pond 6 schellingen parisis.
Nederlandse samenvatting
De tekst is een kostenstaat van de wagens en trekpaarden die werden gebruikt tijdens de expeditie naar Douai in 1302. De deelnemers worden niet zomaar algemeen genoemd: de verschillende ambachten en hun hoofdmannen komen in de rekening voor.
Dat maakt de bron bijzonder rijk. Zij toont hoe de stad of gemeenschap de logistiek van een campagne organiseerde via ambachten, paarden, wagens en hoofdmannen. Voor de familiegeschiedenis is vooral de vermelding van Gilles van Lendscote van belang.
Gilles van Lendscote als hoofdman
Gilles van Lendscote en Henry Van Dauerlo stonden vermeld als hoofdmannen van de scerres, met veertien paarden. De term scerres kan hier worden begrepen als scheerders, dus een ambachtelijke groep binnen de Brugse stedelijke context.
Historische duiding
De vermelding van Gilles van Lendscote in 1302 is belangrijk omdat zij de naam Lendscote vroeg in de veertiende eeuw plaatst, in een context van ambachten, stedelijke organisatie en militaire logistiek. Dit sluit aan bij de andere vroege Brugse vermeldingen van naamvarianten zoals Lendscote, Lenscoet, Lanscote en later Landschoot.
De bron toont bovendien dat de naamdrager niet enkel passief wordt vermeld, maar optreedt als hoofdman van een ambachtelijke groep. Dat wijst op een zekere positie binnen de stedelijke organisatie van Brugge of haar omgeving.
Opmerking bij de vertaling
Sommige Franse en Middelnederlandse woorden uit deze bron zijn moeilijk letterlijk te vertalen. Daarom is het beter deze pagina te lezen als een samenvattende en verklarende hertaling, met behoud van de belangrijkste historische gegevens.
Bron:
- Chartre de l’an 1302, Google Books →
- Brontekst: Dit es die cost van den waghene en van den perden die waren in die heruard te Duay.
- Vermelding van Gilles van Lendscote en Henry Van Dauerlo als hoofdmannen van de scerres.
English
Español
Français